Ahmed el Mesri

Als tiener zag Ahmed El Mesrhi hippies naar zijn geboortestad Tétouan in het noorden van Marokko komen. ´Ze kwamen op blote voeten, poederden hun neus, hadden bloemen in hun haar, kortom ze maakten me nieuwsgierig en ik wilde zien wat er aan de overkant gebeurde.’ Zo kwam de toen 16 jarige Ahmed naar Europa met de bedoeling na zo’n 2 maanden weer terug te gaan. Inmiddels is hij al meer dan 30 jaar de drijvende kracht achter het Vriendschapshuis in het hartje van Oost.

In zijn elektrische rolstoel rijdt hij door de ruimte van het pand aan de Polderweg. Het feit dat hij in een rolstoel is komen te zitten, is de reden dat hij destijds niet is teruggekeerd naar zijn geboorteland. Toen hij meer dan 30 jaar geleden in Spanje aankwam, is hij doorgereisd naar Nederland en kwam terecht in Amsterdam, waar hij direct verliefd op werd. ’De tijd heeft mij opgeslokt, een paar maanden werd 2 jaar. Ik besloot terug te gaan in het voorjaar.’ De dag voor de laatste Kerstmis in Nederland werd hem fataal. Samen met een vriend kreeg hij een auto-ongeluk en Ahmed werd wakker in het ziekenhuis.

‘Ik heb toen geworsteld met mijn gedachten. Wat moet ik doen, hier blijven of teruggaan? Maar Marokko is niet leuk voor invaliden. Ik kreeg een visioen en daardoor zag ik mijn roeping: gewoon mensen helpen. Ik zag dat het vooral misging met gastarbeiders en dat er problemen zouden ontstaan. Het systeem heeft gastarbeiders niet goed opgevangen. Ik ben terug naar school gegaan, heb mijn Nederlands verbeterd en ben het verenigingsleven ingegaan om hulp te verlenen.’
Niet lang daarna was Assadaaka geboren met de bedoeling om mensen te verbinden en voor cohesie te zorgen. ´Hier bij Assadaaka hebben we het niet over het geloof. Iedereen behoudt zijn eigen identiteit en politieke voorkeur. Het gaat om mensen die ons hard nodig hebben, zwakkeren, armen en eenzame mensen. We hanteren de methode van toegankelijkheid, een veilige plek en laagdrempeligheid. We zijn het hele jaar open, ook op feestdagen. Dat zijn cruciale dagen deze mensen. Juist op die dagen gaan alle buurthuizen dicht. Dat kunnen wij niet doen.´

Er komen mensen met verschillende afkomst, maar iedereen voelt de warmte. Bij aanvang waren er 4 categorale groepen, Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen die niets van elkaar moesten weten. Maar Nederland is nu eenmaal 1 grote stad’, vindt Ahmed. ‘We moeten dingen samen doen. Een categorale aanpak leidt alleen maar tot passanten. We moesten daarvan genezen en elkaar helpen en dat werkt. Samen gaan met verschillende mensen ongeacht de leeftijd, geslacht, seksuele geardheid, cultuur en nationaliteit.’

In die 30 jaar zijn er bij Assadaaka al heel wat taboes doorbroken. ‘We hebben het moeilijk en zwaar gehad bij groepen en de gevestigde organisaties. We maken allerlei onderwerpen bespreekbaar zoals huiselijk geweld en seksuele diversiteit, en we staan altijd open om gehoord te worden. Ook de overheid heeft z´n best gedaan en werkt veel beter met informele organisaties zoals wij. Organisaties moeten elkaar meer gunnen en beter met elkaar samenwerken. We moeten met z’n allen de kar trekken. Je bent Amsterdammer of niet, je bent Nederlander of niet. Ik ben Nederlander in hart en nieren maar ik kan nooit Hollander zijn, dat is een identiteit. Marokko is mijn moederland maar ik focus op Nederland, dan behoud ik mijn identiteit. Ik ben trots op dat ik deelneem aan deze maatschappij. Nederland is rijk in alles. Vroeger kon je bij wijze van spreken alleen wortels krijgen bij de groenteboer. Moet je nu eens kijken wat een diversiteit. Nederland kan niet stuk.’

Met die visie is Assadaaka Community is een bijzonder vriendschapshuis geworden. ´Hier komen alle Nederlanders, we lachen en huilen met elkaar en iedereen die hier komt, blijft hier komen. Wij helpen en begeleiden elkaar. Van wie weer stevig op de benen staat, vragen wij iets van wederkerigheid als vrijwilliger. Deze mensen hebben wij nodig, zij weten wat pijn is, zij hebben iets meegemaakt.´

Door zijn invaliditeit kan Ahmed niet voor een baas werken.´Het geeft mij kracht dat ik voor mijn stadsgenoten werk die mij hard nodig hebben. Ik werk mijn leven lang meer dan 12 uur per dag, zeven dagen per week. Ik krijg kracht van de mensen hier. Dit werk heeft mij in het leven gehouden en ik voel me dan ook gezegend om dit werk te mogen doen.´

Tekst: Titia Hartvelt. Beeld: Jurre Rompa

Stem op deze kandidaat

Alies Fernhout

Toen Alies Fernhout hoorde dat Zorgboerderij De Boterbloem in de Lutkemeer weg moest en er een circulair bedrijventerrein zou komen, schrok ze daar zo van dat ze zich er meteen mee ging bemoeien. Sinds 2017 neemt ze het voortouw in de actie om de boerderij en het omliggende kostbare historische landbouwgrond te behouden.

Door de inzet van Alies, en die van de vele vrijwilligers van platform Behoud Lutkemeer die haar meehelpen, staat de zorgboerderij, die aanvankelijk al in 2017 moest zijn ontruimd, er nog steeds. Of van uitstel afstel komt, is nog maar de vraag. Alies blijft in ieder geval strijden tot op het laatst.
Op de bovenste etage van de OBA doet ze haar verhaal onder het genot van een koffie verkeerd. Het is duidelijk dat ze het druk heeft. Ze heeft beperkt de tijd, want ze moet weer aan de gang voor haar eigen hoveniersbedrijf, haar ecologische kwekerij en anders is er altijd wel wat te doen voor de strijd voor het behoud van de Lutkemeerpolder Lutkemeer 3. Ze maakt lange dagen.

Het gebied waar het om gaat ligt achter Herdenkingspark Westgaarde. ´Het is de laatste vruchtbare grond van Amsterdam waar je nog een weids uitzicht hebt´, vertelt Alies. ´Als het aan de gemeente Amsterdam ligt komt daar een circulair bedrijventerrein. Maar waarom? Er ligt naast Westgaarde al een nieuw bedrijventerrein en daar is 25 procent van de kavels nog beschikbaar. Het terrein is bouwrijp gemaakt, er is zand opgespoten en er liggen leidingen. Het geld is daar al uitgegeven. Waarom zou je dan nog meer grond opgeven als er geen behoefte is aan nog een bedrijventerrein, terwijl er een tekort is aan groen in Amsterdam´, vraagt ze zich af.

Haar opponent is het SADC het consortium, een BV van de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer, Provincie Noord-Holland en Schiphol Group. De bedoeling is dat er in die hoek achter Westgaarde een bedrijventerrein en distributieterrein van in totaal 245,5 hectare wordt gerealiseerd, gericht op de distributie in de Food & Fashion-sector. Investeringsmaatschappijen beleggen hun geld graag in vastgoed, weet Alies. Daar is veel geld mee gemoeid. Dat is volgens haar dan ook de werkelijke reden dat de bouw doorgang moet krijgen.  De gemeente Amsterdam stelt dat het plan niet meer teruggedraaid kan worden. ‘Het college zegt dat het veel geld kost als ze het terugdraaien, maar onze focus is dat we het niet laten gebeuren’, zegt Alies strijdlustig. ‘Het originele plan dateert uit 2002, dat is dus al verouderd. Wij hebben het verzoek gedaan om het bestemmingsplan te herzien en te vertalen naar deze tijd, alleen al in het kader van de klimaatsverandering. Het kost geen geld om het plan terug te trekken, het gaat om mogelijk misgelopen winsten. Terwijl behoud ook geld oplevert en van grote waarde is voor de stad.’
‘Om een leefbare stad te houden moet je een andere keuze maken’, vindt ze. Nieuwe economie tegen oude economie. Je zou denken dat we met een groen college een wijziging in het bestemmingsplan gemakkelijk voor elkaar krijgen. Daar was alle hoop op na de verkiezingen in 2018. Nog even daarvoor was Alies met haar achterban actie gaan voeren bij de Stopera. Daarna werd er een motie aangenomen met de belofte dat er opnieuw naar het plan zou worden gekeken.

De hoop was gericht op GroenLinks wethouder Marieke van Doornink. ‘We hadden gedacht dat we hier samen zouden optrekken en dat we samen zouden praten. De wethouder kwam alleen langs om haar oplossing te presenteren: slikken of stikken. Er is vooraf geen overleg of contact met ons geweest. Tijdens de behandeling in de gemeenteraad zei GroenLinks letterlijk dat ze na dit dossier aan groen gingen doen’, weet Alies.
‘Nu is er geen discussie meer. Ze sluiten daardoor heel veel kansen uit. We zijn geen hoofdpijndossier, we zouden het paradepaardje van het college kunnen zijn. We staan voortdurend open voor overleg, willen gesprekken en samenwerking, doen handreikingen, hebben externe financiers, maar alles wordt geïnterpreteerd als een aanval.’

‘We passen in de voedselstrategie, in plannen als Fearless City Amsterdam, de groene scheggen, Rainproof Amsterdm, maar de gemeente zegt er geen grond voor te hebben. Het enige dat ze zeggen is dat het een circulair bedrijventerrein wordt, maar het is niet circulair om het op een groengebied te bouwen.

Behoud Lutkemeer heeft samen met verschillende ondernemers waaronder de Boterbloem een alternatief ontwikkelt: Biopolder. Een plan dat gaat over biodiversiteit. En hoe het gebied zou behouden kan blijven voor het klimaat, de natuur, de watergangberging, voedselproductie dichtbij de stad met behoud van het landschap en de vogels en nog zoveel meer. Veel politici zeggen dat ze het ook niet willen, maar het enige excuus om het goed te praten is dat het om geld gaat. Alles lijkt er bij de gemeente Amsterdam op gericht om het plan door te laten gaan.’

Maar als je een besluit kunt nemen om het door te laten gaan, kun je ook beslissen het stop te zetten. Nu het lijkt of dat nu staat te gebeuren, zijn er voor Alies en haar achterban proberen op allerlei manieren het tij te keren. Desnoods starten we juridische procedures  tegen de vergunningen en zo meer. ‘We maken het zichtbaar door de stad te laten weten dat dit speelt. Wij zijn met meer, meer dan het clubje projectontwikkelaars en het college. Desnoods dwarsbomen we met vrachtwagens de toegang tot het gebied zodat ze niet het terrein op kunnen’, zegt Alies die eigenlijk voor vredelievende acties is en zich nog steeds afvraagt waarom ze niet samen met de gemeente kan optrekken.

Haar achterban is groot, getuige de opkomst tijdens acties die worden gevoerd en de steun die ze krijgt. ‘Het is zo’n gemêleerde groep Amsterdammers die daarop af komt; van een radicale klimaat activist tot en met Marokkaanse mannen in hun traditionele kleding. We zijn lief en laten zien wat de mogelijkheden zijn. Het verbindt.’ De strijd om de Lutkemeer heeft haar in de greep. ‘In een proces als dit ben je soms erg op jezelf aangewezen. Ik ben de drijvende kracht op veel vlakken. Ik ben er zo’n 20 uur per week mee bezig. Mensen om mij heen vragen zich af hoe ik het volhoud. Maar dan zie ik die prachtige polder en weet ik weer waarom ik ermee doorga.’

Tekst: Titia Hartvelt. Beeld: Jurre Rompa
Stem op deze kandidaat

Merel Huizinga

Merel Huizinga werd uitgenodigd om voor de sultan van Oman te komen zingen. Dat was een geweldige ervaring. Ze mocht langer blijven maar ze had een optreden staan in een bejaardentehuis in Amsterdam. ´Ik ben naar huis gegaan, want een artiest zegt nooit zo maar een concert af. Het was kerst. Het verschil was zo groot tussen Oman en het bejaardentehuis waar kersttakken van plastic hingen en mensen eenzaam waren. Ze waren zo blij met de muziek en het zingen. Mede daarom heb ik stichting Philomela opgericht´, vertelt ze. Dat is 12 jaar geleden.

Sinds die tijd verzorgt de stichting niet alleen optredens voor bejaarden, maar hebben ook projecten voor kinderen in achterstandswijken die geen muziekonderwijs op school krijgen, het Zwaluwenkoor waar vluchtelingen samen zingen en verschillende projecten voor bejaarden, zoals het knuffelproject met levende dieren. Merel blijft het programma ontwikkelen om het aanbod te vergroten.

Zelf is ze professioneel zangeres, zingt ze veelal klassieke muziek zoals van Schubert, Mozart, Bizet en veel van Russische componisten. Ze treedt regelmatig op. Stichting Philomela is haar vrijwilligerswerk. ´Daar steek ik ongeveer 2800 uur per jaar in en dan tel ik nog niet eens de tijd mee dat ik voor de stichting optreed. Het is achter de schermen heel veel werk om ongeveer 70 optredens per jaar te organiseren. Het bedenken van alles is veel werk, we schrijven plannen en moeten veel coördineren.´ Dat doet ze vanuit een kleine ruimte in een pand in de Kerkstraat dat ze voor een vriendenprijsje huurt van de kerk.

´We hebben een wachtlijst voor optredens. We krijgen meer aanvragen dan dat we financiën hebben. Een optreden kost namelijk meer dan het ons oplevert. Bewoners betalen een klein bedrag voor het bijwonen van een concert. We worden weliswaar ondersteund door fondsen en krijgen donaties, maar we betalen huur voor de repetitieruimte, ons kantoor en de musici krijgen betaald. We kunnen niet aan hen vragen of ze gratis komen optreden.´

Maar de kosten wegen niet tegen het plezier wat mensen aan muziek hebben tijdens de concerten. ´Professor Erik Scherder is onze ambassadeur. Hij bepleit dat muziek een beter leven geeft en een positief effect op het brein heeft. Dat maken we zelf regelmatig mee. Zo hebben we meegemaakt dat iemand die erom bekend stond dat hij nooit iets zegt, na afloop naar de pianist liep en zei dat hij mooi had gespeeld en vroeg of hij een biertje wilde. Dat was iemand die normaal gesproken wartaal uitkraamde. Ik ben geen wetenschapper en ik geloof het omdat ik het meemaak. Mensen zijn blij na een optreden. Muziek blijft lang doordringen, daar bereik je mensen mee. We doen veel klassieke muziek, want dat heeft meer diepgang. We wisselen het af met bijvoorbeeld Aan de Amsterdamse grachten´, maar dan op een klassieke manier. Veel mensen zijn opgelucht dat we geen smartlappen zingen.

Merel vindt het belangrijk dat ook kinderen in aanraking komen met muziek en heeft daar een project op afgestemd. ´Kinderen in achterstandswijken waar geen muziekonderwijs is op school wordt gegeven, krijgen bij ons als voorbereiding muziekles voor een optreden een bejaardentehuis in de buurt. Kinderen leren iets voorbereiden, samen met professionele artiesten voor jong en oud. Ze doen samen iets en kinderen horen ook bijvoorbeeld ook een pianostuk. Kinderen kunnen ook heel goed emoties uiten door muziek. Ze vinden het stoer en zijn trots dat ze het kunnen en trots.´
Voor leerlingen op de middelbare school is er een Russisch programma met meer kunst. ´We geloven in de kracht van kunst en muziek. We organiseren lessen met een gedichtenwedstrijd. Alle kinderen schrijven een gedicht. Een jury beoordeelt alles en dan wordt de winnaar bekend gemaakt. Ik vind het echt verbazingwekkend wat kinderen durven schrijven over bijvoorbeeld eenzaamheid en zoveel andere onderwerpen´, vertelt Merel.

De opzet van het Zwaluwenkoor is dat vluchtelingen samen met anderen op een volstrekt gelijkwaardige manier samen zingen. ´De dirigent wordt betaald, de mensen zelf hoeven niet te betalen. Vluchtelingen kunnen trouwens vaak mooier zingen dan Nederlanders. Maar ja, het gaat er eigenlijk niet om dat het mooi is, maar dat ze elkaar ontmoeten. ´We willen mensen verbinden´, zegt Merel. ´Muziek is daar een uitgelezen manier voor.´

Tekst: Titia Hartvelt. Beeld: Jurre Rompa
Stem op deze kandidaat

Marina Broeva

Je hoort steeds vaker dat jongeren met stress, burn-outs of mentale problemen te maken hebben. Volgens Marina Broeva wordt het nog niet genoeg erkend en moet er nog heel wat bespreekbaar worden gemaakt zodat jongeren symptomen leren herkennen en er wat mee kunnen doen. Met haar stichting braive wil ze voorkomen dat jongeren met psychische klachten te maken krijgen en in de zorg terecht komen.

Aanleiding voor het oprichten van braive is het broertje van Marina dat meerdere psychoses heeft gehad. Hij is twee keer langdurig opgenomen geweest en is uiteindelijk uit het leven gestapt. ‘Dat was echt heel intens voor ons als gezin. Tijdens zijn eerste opname was ik 26 jaar en was hij 19. Ik ging elke dag naar de kliniek waar mijn broertje zat en zag jongeren heel erg lijden. Ik heb veel met ze gesproken. Er werd ook veel geblowd, of om in een andere wereld terecht te komen of om hun gedachten te temperen. Vlak voor mijn broertje uit het leven stapte had ik een burn-out, na zijn overlijden werd ik ook nog eens depressief. Ik zag het nut van mijn eigen leven niet meer in. Toen kwam ik op een tweesprong. Ik dacht: of ik kap ermee of ik volg vanaf nu in alles wat ik doe mijn intuïtie en mijn gevoel. Ik laat me nergens meer vanaf praten. Dat laatste heb ik gedaan. Ik volg mijn hart in wat ik doe en ik wil iets voor de wereld achterlaten. Het is mijn levensmissie geworden om jongeren te bereiken met de boodschap dat zij het leven waard zijn en er altijd hoop is. Dat maakt mijn leven zinvol.’

Marina is in Rusland geboren. Ze was 5 toen haar ouders naar Nederland vluchtten. Haar broertje is in het asielzoekerscentrum geboren. Ze groeide op in een dorp onder de rook van Amsterdam, Nu woont ze al 12 jaar in de hoofdstad. ‘Amsterdam is mijn stad. Ik wilde er gaan studeren en ik voelde me meteen op mijn plek. Ze heeft Communicatiewetenschappen, Russisch en een master Economie afgerond aan de UvA.

‘Vanaf mijn vijftiende wist ik dat ik iets voor jongeren ging doen om hen beter te maken, maar wist niet wat. Dat is dus braive geworden. De organisatie staat nog in de kinderschoenen en moet verder worden ontwikkeld, maar Marina heeft al een programma klaar dat in de bovenbouw op verschillende middelbare scholen dit jaar wordt gegeven. ‘Ik ben zelf ooit geïnspireerd door een scholenproject. Iedereen sloeg aan en ging met elkaar praten over het onderwerp.’

Het preventie programma van braive bestaat uit 5 dagen, waarvan er 4 op school plaatsvinden. Het thema de eerste dag is ‘inspiratie en dialoog’ hierin vertelt een rolmodel de jongeren zijn levensverhaal, over het pad naar zijn of haar succes, inclusief de bijkomende pieken en dalen. Dezelfde dag zijn er ervaringsdeskundige jongeren die met psychische klachten te maken hebben gehad die in kleinere groepen hun verhaal delen. Over wat er gebeurde, hoe het voelde, hoe ze daarmee zijn omgegaan en waarom ze nu voor de klas staan om hun verhaal te vertellen. ‘In al hun verhalen zitten waardevolle boodschappen’, vertelt Marina.
Tijdens de tweede dag staat educatie over mentale gezondheid centraal. ‘Wat is stress, waarom zitten we zoveel op onze telefoons en waar zijn we naar op zoek. Wat is ons zelfbeeld? Op die manier zie je jezelf in de wereld. We bespreken het stigma rondom het onderwerp, de vooroordelen en wederzijds respect.’
Daarna zijn er workshops. ‘Als je stress hebt, kun je daar wat aan doen. Bijvoorbeeld ademhalingstechnieken, beweging en meditatie.Tijdens de workshops kunnen leerlingen in levende lijve ervaren hoe ze kunnen handelen als ze zich in zo’n situatie bevinden.’
In het kader van activatie gaan jongeren de vierde dag in teamverband iets goeds doen voor de wereld. ‘Dat kan iets voor het klimaat zijn of naar een bejaardentehuis gaan om eenzaamheid tegen te gaan. Zij mogen hier hun eigen creatieve invulling aan geven, het is bedoeld om do good, feel good te ervaren. Het voelt goed om goede dingen te doen voor een ander.’
Wanneer de jongeren de vier dagen succesvol hebben volbracht verdienen ze een ticket voor een speciaal voor hen georganiseerd festival. Op dit festival treden artiesten op die zelf ook affiniteit hebben met het onderwerp. Dat wordt waarschijnlijk begin volgend schooljaar. Muziek is daarbij een verbindende factor, want dat is een universele taal. En om mijn broertje te eren, want muziek was zijn passie en gaf hem hoop en rust.’

‘Wethouder Simone Kukenheim heeft de ambitie om Amsterdam mentaal gezond te maken en ik wil haar daarmee helpen. Er is echter nog veel nodig om dat te bewerkstelligen. Op dit moment doe ik het werk nog onbetaald, maar ik wil hier wel mijn brood mee gaan verdienen. Ik probeer een hybride verdienmodel te ontwikkelen om minder afhankelijk te zijn van subsidies. Het is niet alleen de bedoeling dat ik ermee naar scholen ga, maar bedrijven hebben er ook profijt van. Ik ben van plan om kleine pakketjes aan te bieden voor kennisoverdracht over mentale gezondheid.’

‘Een jaar geleden bevond ik me op de meest donkere plek in mijn leven’, kijkt ze terug. ‘Maar ik ben uit een diep dal gekropen. Ik deed er alles aan om mentaal weer sterk te worden en dat is me gelukt. Ik heb in levende lijve ervaren hoe het is om je zo te voelen. Als het mij lukt, dan kan een ander dat ook. Dat is wat ik jongeren wil meegeven: een sense of hope en het belang van mentale veerkracht.’

Haar nominatie voor Amsterdammer van het Jaar 2019 vindt ze geweldig en ze wil graag de titel winnen voor de jongeren van Amsterdam. ‘De nominatie voelt als een katalysator.’

Tekst: Titia Hartvelt. Beeld: Jurre Rompa
Stem op deze kandidaat

Chris Belloni

Chris heeft net even tijd voor een interview tussen 2 buitenlandse reizen door waar hij voor zijn Stichting Art.1 naar toe moet. Hij is genomineerd voor Amsterdammer van het Jaar voor het organiseren van het jaarlijks terugkerende International Queer & Migrant Film Festival in Amsterdam. Dit festival richt zich op seksuele diversiteit in migrantengemeenschappen en onderscheidt zich van andere door ‘de brutaliteit van dingen zichtbaar te maken die schuren en relevant zijn’’, schetst Chris.

Het festival is afgelopen december voor de vijfde keer georganiseerd en het zet Amsterdam op de kaart, volgens Chris. Het wordt altijd rond 10 december de dag van de human rights gehouden. ´Er is film, debat, verdieping en natuurlijk een feestje. Wat begon als een festival voor vooral nieuwkomers in Oudwest is uitgegroeid tot een landelijk multidisciplinair event. We zijn een stem voor mensen die je minder hoort in de gangbare media.´ Art.1, vernoemd naar de artikel 1 van de grondwet gelijke behandeling en discriminatieverbod, krijgt subsidie van het Amsterdam Fonds voor de Kunst, het Fonds 21 en het VSB fonds.
Er worden filmmakers uitgenodigd om te spreken tijdens het festival, er is een openingsdiner met vluchtelingen aan lange witte opgedekte tafels. ´Er worden kritische en heftige debatten gevoerd. Onderwerpen zoals hoe de IND omgaat met lhbt-vluchtelingen en wie spreekt er over wie in de lhbt. Vluchtelingen die hier om hun seksuele oriëntatie naar toe komen, ervaren hoe open weer hier over praten. Ook zijn we niet te beroerd om onszelf te ondervragen. Zijn we bijvoorbeeld wel queer en migrant genoeg?’Chris is op veel film-, human rights- en lhbt-festivals geweest waar niet altijd even goed de diversiteit is laten zien, naar zijn smaak. ‘In het algemeen worden dit soort festivals georganiseerd door witte homo-mannen, dat van ons door mensen die bij ons vrijwilliger zijn of werken en die zich vereenzelvigen met onze stichting. Afgelopen keer hebben we 55 aanmeldingen gekregen van vrijwilligers, mannen, vrouwen met allerlei verschillende culturele achtergronden. Het festival wordt echt gedragen door een veelkleurig palet aan Amsterdammers, nieuwkomers en iedereen met een eigen perspectief en met 2 benen midden in de actualiteit en de maatschappij en de Amsterdamse samenleving staat. Mensen uit Syrië en Irak bijvoorbeeld kijken heel anders naar queer. Hun zienswijze is even welkom als die van ieder ander.’

Ook al is het festival afgelopen jaar voor de vijfde keer gehouden, Chris is eigenlijk nu pas tevreden over de kwaliteit. ‘We zijn begonnen als een saai festival met film en debat. Dit jaar zijn we er voor het eerst in geslaagd om kwalitatief interessante films te vertonen en de brug te slaan met queer-communities. We zijn een platform voor cultureel geïnteresseerde migranten en nieuwkomers en we zijn in staat om al die communities te bedienen met ons festival.’ Intussen is Art.1 meer dan een organisator van een filmfestival geworden. ‘We worden in Amsterdam gevraagd om mee te denken over diversiteitsvraagstukken en filmprogrammering. We zijn nu verankerd in het culturele veld en dat geeft een positieve bevestiging op dat we goed bezig zijn.’ Daarnaast wordt Chris als directeur van Art.1 regelmatig ingehuurd door het ministerie van Buitenlandse Zaken om projecten te doen voor de emancipatie van homo- en lhbt-rehcten in het buitenland. Zo is hij al in Kosovo, Albanië, Servië, Macedonië en Azerbeidzjan geweest om daar een project op te zetten en hetzelfde doet hij momenteel in Paramaribo. Samen met lokale activisten, journalisten en mensen die strijden voor gelijkheid van man en vrouw werkt hij daar aan een eerste filmfestival. Het project in de Balkan duurde zo’n 2 jaar. Er zijn films en podcasts gemaakt, er was storytelling-theater en er werd samengewerkt met lokale mensen die onder druk staan in hun land. Natuurlijk eindigde het project met een festival.
Op de middelbare school was hij een schuchter jongetje. Dat juk heeft Chris van zich af gegooid door te reizen in het verre oosten. Van dat schuchtere jongetje is dan ook niets meer terug te vinden. Hij heeft zelf twee spraakmakende documentaires gemaakt over homoseksualiteit: ‘I am gay and muslim’ en de ‘Turkse boot’. Hij zorgde er voor dat in 2012 voor de allereerste keer een boot met Turkse homoseksuelen meedeed aan de Gay Pride 2012. ‘Ik doe dit allemaal deels vanuit mijn professionaliteit en deels uit mijn hart’, verklaart Chris zijn bezigheden. Ook al is hij geboren in Haarlem, hij voelt zich Amsterdammer, immers hij woont er al jaren. Hij voelt zich dan ook vereerd dat hij is genomineerd voor Amsterdammer van het Jaar.

Tekst: Titia Hartvelt. Beeld: Jurre Rompa
Stem op deze kandidaat

Marian Spier

Marian kwam uit een mannenwereld, de technische branche, en wist niet veel over hoe vrouwen op de werkvloer worden behandeld. Ze begon met een internationaal platform voor vrouwen; FEM-START; een inclusief programma dat vrouwelijke ondernemers in staat stelt om de wereld te veranderen.

Het begon in 2010 bij TEDxAmsterdamWomen, onderdeel van de Amerikaanse organisatie TED.com, dat ten doel heeft om ideeën te verspreiden die het waard zijn om gedeeld te worden en waar Marian oprichter van is. Samen met haar team vrijwilligers heeft ze er voor gezorgd dat TedxAmsterdamWomen niet meer is weg te denken uit Amsterdam.
In het beginjaar werd een internationale conferentie in Oxford georganiseerd waar Marian bij aanwezig was. ‘Het werd daar duidelijk dat het thema vrouw internationaal onderbelicht is. De millennium doelen voor wat betreft gelijkheid zijn bij lange na niet gehaald, er is nog steeds ongelijkheid op de werkvloer’, constateert Marian.

Met dat gegeven werd de eerste lezing door TEDxAmsterdamWomen georganiseerd met als spreker cardioloog Harriette Verwey die het over hart- en vaatziekten bij vrouwen had. ‘Het eerste jaar explodeerde’, vertelt Marian. ‘Er meldden zich 800 vrouwen aan en het ging over onderwerpen die hen aangaan. Er kwamen veel vrouwen op onze events. Elke lezing werd verzorgd door succesvolle vrouwen. Deelnemers zagen hun leven veranderen’, vertelt Marian enthousiast. Deze zogeheten TEDtalks hebben haar geïnspireerd.
Het platform organiseerde 1 keer per jaar een event en had verschillende spin offs. ‘Er kwamen jonge vrouwen die een onderneming hebben, vrouwen die goeie dingen doen in de maatschappij en dingen willen veranderen maar niet zichtbaar zijn. En nog wordt er van alles georganiseerd, maar ik heb het platform overgedragen.’ Daarvoor in de plaats is ze dit jaar met FEM-START begonnen waar ze het werk wil voortzetten en een duurzaam ecosysteem wil bouwen voor en door vrouwen geleide startups in Nederland maar ook in Europa en West Afrika. De gemene deler van TEDxAmsterdamWomen en FEM-START is dan ook ruimte te creëren voor vrouwen, millenials en ondernemers om hun stem te laten horen.

‘Vrouwen hebben behoefte aan een platform en hebben kennis nodig om hun bedrijf te presenteren. Daar hebben ze moeite mee. In april hoop ik met FEM-START een ruimte te hebben in Amsterdam waar vrouwen samenkomen, elkaar kunnen ontmoeten en kennis kunnen delen. Daar komen allerlei voorbeelden aan bod van vrouwen die hebben deelgenomen aan startup, van goed opgezette bedrijven en onderwerpen zoals hoe ze geld moesten aanvragen, financiën moeten managen en zo meer.’
‘Vrouwen hebben vaak moeite om met hun bedrijf groter te worden en naar een hoger niveau te brengen. Mannen vragen vaak aan vrouwelijke ondernemers ‘Oh heb je een bedrijfje’ en worden verder niet serieus genomen. Vrouwen moeten van dat stigma af. Het is allemaal framing’, volgens Marian.

FEM-START is een sociale onderneming, terwijl ze professioneel ook met hetzelfde onderwerp bezig is; mensen aanmoedigen en inspireren zodat ze kunnen excelleren. Ze heeft communicatie gestudeerd en is bij toeval in de sector technologie terecht gekomen en net zo toevallig weer in de wereld van het vrouwelijk ondernemerschap. Ze richt zich vooral op projecten die sociale impact hebben en positieve verandering teweegbrengen.
Zoals het festival Women of West Amsterdam dat ze voor de gemeente Amsterdam heeft georganiseerd. Het doel van dit event is om kwetsbare vrouwen in contact te brengen met rolmodellen die hen inspireren. Daarnaast werden er workshops gegeven op het gebied van economische zelfstandigheid van de vrouwen. ‘Daarbij gaat het vooral om empowerment om ze meer eigen waarde te geven en sterker te voelen om wie ze zijn, dan alleen moeder de vrouw.’
Haar inzet als vrijwilligerswerk en als ondernemer hebben haar al verschillende awards opgeleverd. Desalniettemin is ze trots dat ze genomineerd is voor Amsterdammer van het Jaar 2019.

Tekst: Titia Hartvelt. Beeld: Jurre Rompa

Stem op deze kandidaat

Nana Addae

Er is volgens Nana genoeg werk in de technische sector, maar er zijn te weinig vakmensen die nog echt iets met hun handen kunnen maken. En dat terwijl kinderen door houtbewerken meer technisch en handig worden. ‘De technologie neemt alles over en de ambacht verdwijnt´, concludeert Nana Addae. Twee jaar geleden begon hij om die reden met het geven van gratis workshops houtbewerking voor kinderen bij kinderboerderij Gliphoeve.

Daar leert hij kinderen op zaterdagmiddag timmeren, zagen en alles wat er komt kijken bij het maken van bijvoorbeeld een houten bankje, stoel, tafel en zo meer. ´Zo worden kinderen meer technisch en worden ze handig. Ze vinden het heel leuk om zichzelf zo te ontwikkelen en zijn supertrots op wat ze maken´, vertelt Nana enthousiast. Hij heeft zelf de mbo vakschool voor hout, meubel en interieur gedaan en vervolgens de Hogeschool voor de Kunsten en werkt nu in de interieurbouw.

Het geven van deze workshops aan kinderen levert Nana een nominatie voor de Amsterdammer van het Jaar op en hij vindt het een hele aangename verrassing. ´Het voelt als een waardering voor wat je doet, je wordt gezien en erkend. Ieder mens heeft waardering nodig. Het is goed voor je zelfvertrouwen en het is een stimulans om er mee door te gaan.´
Niet alleen het leren van technieken aan kinderen vindt hij leuk om te doen, maar vooral om hen te coachen om hun doel te bereiken. Daar is hij al op jonge leeftijd al mee begonnen. ´Sinds mijn 15de begeleid ik jongeren in atletiek, en muziek. Ik heb de groep New Generation samengesteld waar ik jongeren begeleidde in muziek. Zo heb ik toetsenist Elisha Amonoo-Neizer die regelmatig bij De Wereld Draait Door optreedt begeleid en Jerimiah Owusu Ansa, de percussionist van Steffen Morrison. Ik heb ze zien opgroeien.’

Zelf deed Nana aan atletiek. Het is dan ook niet gek dat hij wat later sprintcoach werd bij AV Feniks. Daar heeft hij veel jongeren gemotiveerd. Zo weet hij nog 3 dames die weinig zelfvertrouwen hadden in hun eigen prestaties. ´Nadat ik ze een tijdje begeleid had, heb ik ze ingeschreven voor een wedstrijd. Ze moesten hardlopen tegen mensen die al jaren wedstrijdervaring hadden. Ze zijn tweede geworden op landelijk niveau. Ze konden het zelf niet geloven´, denkt Nana er aan terug.

En nu gaat elke vrije zaterdag op aan de kinderen uit de buurt die de kneepjes van het vak van timmerman onder de knie willen krijgen onder leiding van Nana. ´Vroeger leerden kinderen van hun opa van alles wat handig was. Nu bellen ze alleen maar met hun opa’, schertst Nana.

Zonder zich er nadrukkelijk bewust van te zijn, motiveert hij zijn leerlingen. ‘Dat doe ik eigenlijk zonder moeite. Als ik kinderen vertel over de workshop dan zeggen ze allemaal dat ze niet handig zijn. Ik leer ze veilig werken met handgereedschap en geef ze het gevoel dat ze iets kunnen. Ik begin met ze iets kleins te leren maken en daarna iets groots. Dat kan een picknickbank zijn, een stoel of iets anders. Als het klaar is dan schenken we het aan een organisatie in Zuidoost. Het stadsdeel heeft bijvoorbeeld een tafel gekregen omdat ik subsidie krijg voor deze workshops. Daar wordt het materiaal van betaald.’

Nana is van plan om zijn activiteiten uit te breiden, want inmiddels hebben verschillende volwassenen zich gemeld bij hem met de vraag of zij ook niet bij hem in de leer kunnen komen. Ook de Open Schoolgemeenschap Bijlmer heeft gevraagd of hij een workshop komt geven en bij Buurtcamping Gaasperdam is hij vorig jaar ook al geweest. Het moet natuurlijk wel allemaal passen naast zijn baan.

‘Waar ik blij van word is de terugblik van mensen. Kijk eens wat ik heb gemaakt, zeggen ze dan. Dat is mijn voldoening. Daar word ik gelukkig van en dat zal ik altijd blijven doen, want ik vind het mijn verantwoordelijkheid om er iets mee te doen. Zo kan ik bewustzijn creëren bij de mens.’

Tekst: Titia Hartvelt. Beeld: Jurre Rompa

Stem op deze kandidaat

Henno Eggenkamp

Henno kwam in 1969 in de Bijlmer wonen, noodgedwongen, want de woningbouwvereniging kwam erachter dat hij illegaal in de Waverstraat woonde. Hij kwam terecht in de flat Groeneveen en later ging hij naar Grubbehoeve, waar hij nog steeds woont. De actieve Bijlmerbewoner heeft een lange waslijst aan activiteiten die hij heeft georganiseerd op zijn naam staan. Alles uit liefde voor de Bijlmer. ´De Bijlmer is eigenlijk mijn project geworden, ik ben ermee begonnen en gestopt´, is zijn conclusie.
Het begon met het managen van de collectieve ruimte in Grubbehoeve, hij was baas van Metro, een lokaal radio- en tv-station, producer-regisseur van video-docu´s; bestuurder van diverse welzijnsclubs, organisator van het Blij met de Bijlmer Festival, eigenaar van de Bijlmer Galerie; producent van een Open Atelier Route in Florijn, organisator van Surinaamse festivals in Ganzenhoef en Blaka Poku in De Meervaart, medebedenker en organisator Bijlmer Bios, initiator van het project Koop Je Eigen Bijlmer de voorloper van Klusflat Kleiburg, de ideeënman achter het beeld Moeder Aarde/M’Aisa, bedenker van ‘De Boom die alles zag’ bij het Bijlmer Monument, producer tv-uitzending naar aanleiding van de Bijlmerramp in 1992 in de Rai en oprichter van het BijlmerMuseum.

Het BijlmerMuseum is het laatste waar hij mee bezig is geweest. Met als beloning dat het stukje authentiek Bijlmer, het gebied van Kraaiennest tot Ganzenhoef waar de metrobaan doorheen loopt, op de gemeentelijke monumentenlijst en op de werelderfgoedlijst terecht is gekomen. Het klinkt gemakkelijk, maar het was een hele klus. ´Het BijlmerMuseum is belangrijk omdat de geschiedenis bewaard moet blijven, zo simpel is het. Ik heb steun gekregen van het Stadsarchief en Monumentenzorg. Ook Jeroen Schilt, architectuurhistoricus bij de gemeente Amsterdam, heeft veel geholpen. Hij is mee geweest om te lobbyen en heeft het doorgedrukt bij de gemeente. Het heeft er natuurlijk ook mee te maken gehad dat we de flat Kleiburg gered hebben en Klusflat is geworden´, denkt Henno. Belangstellenden konden een flatwoning kopen in de flat Kleiburg die, net als veel flats, gesloopt zou worden in het kader van de Vernieuwing van de Bijlmer. Het doel was dat alle flatwoningen werden verbeterd door de nieuwe eigenaren. De flat staat in het BijlmerMuseum.

Op zijn T-shirt staat de tekst: ‘Oh Bijlmermeer verguisd en gekwetst, ik vond er slechts geluk en jou.’ Het is zijn eigen tekst en refereert aan de tijd dat er volgens zijn eigen ervaring ‘niets meer over de Bijlmer verteld mocht worden’. Dat was in 1992, het jaar waarin de vernieuwing van de Bijlmer werd aangekondigd. De zo typerende hoogbouwflats moesten stuk voor stuk plaats maken voor nieuwbouwwijken met eengezinswoningen. ‘Er werd niet meer gesproken over de Bijlmer, maar over Zuidoost. Toen ben ik gaan verzamelen. Je begint er aan en voor je het weet ben je maanden verder, met als resultaat een beschermd stadsgezicht.’

Het leukste wat hij heeft gedaan uit de lange rij aan activiteiten vindt hij het Blij met de Bijlmer Festival dat van 1983 tot en met 1999 elk jaar werd gehouden. ‘Het leuke er aan was dat je met muziek bezig was. Optredens van bandjes op een groot grasveld bij Grubbehoeve naast de metrobaan. Graziella Hunsel Rivero trad er ook op. Uiteindelijk is het gestopt vanwege het geld. Subsidies kwamen nooit rond en je moest altijd zeuren om geld. Het enige wat je overhoudt is dat mensen het er nog steeds over hebben. Uiteindelijk kun je niet meten wat het voor de buurt heeft gedaan.’

Dit soort initiatieven zoals een kleinschalig festival zijn er eigenlijk niet meer en dat maakt de buurt er niet leuker op, vindt Henno. ‘Door de jaren heen is er een andere populatie mensen komen wonen die elkaar niet kent. En er zijn te weinig gelijken. Vroeger kenden mensen elkaar veel meer, het is nu anoniemer geworden. De Surinaamse hap is kleiner, de Ghanese en Dominicaanse hap groter. Het betekent dat er niks meer samenkomt, niemand meer initiatief neemt en als het al gebeurt is het alleen maar om geld te verdienen’, ervaart de kritische Bijlmerbewoner. ‘De drijfveer om iets te organiseren is omdat het leuk is om te doen. Ik kijk dan of ik er tijd voor heb en dan doe ik het.’

Tekst: Titia Hartvelt. Beeld: Jurre Rompa

Stem op deze kandidaat

Renée Frissen

Renée Frissen was betrokken bij de noodopvang voor vluchtelingen in de Havenstraat. Daar wachtten mannen die asiel hadden aangevraagd op hun vergunning. ‘Ik was toen net bevallen van mijn eerste zoon, was daardoor meer thuis. Ik wilde iets doen, maar was fysiek niet in de gelegenheid om op pad te gaan. Wat ik goed kan is coördineren en dat kan thuis achter de computer’, vertelt ze.

Rond de noodopvang was een groep Amsterdammers ontstaan die allemaal iets wilde doen. Achteraf hoorde Renée dat de nieuwkomers natuurlijk soms best een beetje gek werden van het de hele dag spelletjes doen en de zorg die ze kregen. Maar dat ze eenmaal uit de noodopvang en in hun huis al die Amsterdammers best misten. Ook omdat ze met vragen zaten over veel verschillende onderwerpen. Het is namelijk heel ingewikkeld in Nederland geregeld. Samen met de Syrische programmeur Ahmad Kabakibi zorgde ze voor een online helpdesk voor vragen. ‘Ik vond meteen Amsterdammers  die de meest uiteenlopende vragen wilden beantwoorden van ‘waarom brengen jullie kinderen naar de crèche’, tot en met brieven van de gemeente die onbegrijpelijk zijn voor nieuwkomers.’

Het gevolg was OpenEmbassy, een organisatie die in 2015 werd opgericht. Renée was toen nog actieonderzoeker bij het Instituut voor Publieke Waarden en deed het werk voor OpenEmbassy er naast. Met het idee van de helpdesk hebben Renée en Ahmad een prijs gewonnen tijdens een startup competition in Jordanië, waar ze moesten pitchen met organisaties uit de hele wereld. Ze wonnen de grootste prijs; 30.000 dollar. ‘Het was een mooi startkapitaal’, vertelt ze. Nu is ze directeur van de organisatie en heeft ze haar baan opgezegd.

Maar het bleef niet alleen bij het vragen beantwoorden via de helpdesk. ‘We beseften ons dat er van alles werd georganiseerd voor vluchtelingen waar ze niets aan hadden. Ik dacht als ik vragen blijf beantwoorden, komen we nergens. Als we zinvol willen zijn, moeten we ons op het systeem gaan richten. Daarvoor moet je de wereld in en luisteren naar mensen naar wat ze voor vragen hebben en elke keer leren van de kleine dingen.’

Ze kan voorbeelden genoeg opnoemen waar het fout gaat in het systeem. ‘Als een kind naar de crèche gaat, krijg je vooraf de rekening. Nieuwkomers hebben geen financiële buffer, dus hebben ze meteen een schuld. Je kunt kindertoeslag aanvragen, maar dat duurt even voordat je dat op je bankrekening krijgt. Een ander voorbeeld is dat kinderen die alleen naar Nederland komen en onder de 18 jaar zijn, zorg krijgen. Zodra ze 18 jaar zijn verdwijnt dat grotendeels en staan ze er praktisch alleen voor. Ze hebben geen ouders hier die hen kunnen helpen of ondersteunen. Nieuwkomers komen door dit soort dingen in de problemen. Dat kan ik signaleren en kwaad worden, maar wij gaan naar gemeente, zorgverzekeraars, woningcorporaties, de provincie met als doel om het beleid te veranderen en daar zijn ze super gevoelig voor. Problemen oplossen doen we door te kijken waar het mis gaat.’ Intussen is OpenEmbassy een serieuze gesprekspartner geworden voor deze organisaties.

En OpenEmbassy gaat verder. Er worden actieagenda´s gemaakt, expertpools geformeerd en  nieuwkomers werken als consultant voor de organisatie, want er is nog veel te doen. ‘Het doel is dat alle beleid voor nieuwkomers wordt gemaakt samen met nieuwkomers en niet door 5 witte mensen in een kamertje. We willen het idee opschalen naar Europa en omdat het digitaal is hebben we groot bereik. We gaan bij de United Nations vertellen hoe het beter kan en de relatie tussen Nederlanders en nieuwkomers gelijkwaardig maken.’

 ‘Mensen steken zeeën over en laten alles, inclusief familie, achter. Zelden omdat ze dit zelf willen. Ze moeten wel. Dat dit lukt is extreem indrukwekkend. Het zijn krachtige mensen. Vervolgens maakt ons systeem een groot deel van deze mensen zwak. We geven mensen geld, maken ze afhankelijk maar vragen niet wat ze zelf willen of kunnen. En als ze dan écht iets nodig hebben, zoals psychische ondersteuning, dan kunnen we dat niet regelen. De helft van deze mensen vindt op dit moment een baan, vaak moeten ze dan onder hun niveau werken. Daar word ik boos over. Het ligt niet alleen aan deze mensen dat ze van een uitkering leven. Ja misschien even, maar ik zie dat mensen wachten om aan de slag te gaan en het lukt niet. Dat is megafrustrerend.’

Het geld dat OpenEmbassy verdient, wordt gebruikt om de impact te vergroten. ‘Verdien je daar dan geld aan, wordt wel eens gevraagd. Ja, we zijn een social enterprise. Het geld dat wij verdienen stoppen we in projecten waar we geen geld aan verdienen zoals de helpdesk. Daarnaast hebben we mensen in dienst, geen stagiaires, geen vrijwilligers, maar mensen die betaald worden. We zijn met z’n tweeën begonnen en hebben nu 8 mensen in dienst. Dat is gewoon zo vet.’

Inmiddels weten nieuwkomers dankzij de ‘Welcome app’ waar OpenEmbassy nu een jaar mee samenwerkt, waar ze moeten zijn als ze Nederland binnenkomen. ‘Dat is een toffe app, waar mensen met elkaar kunnen afspreken, de helpdesk en evenementen vinden en hij wordt nog uitgebreid. In korte tijd wordt de app al door bijna 9.000 mensen gebruikt. Daar zijn we heel blij mee. Iedereen weet daardoor vanaf dag 1 dat wij bestaan en dat ze te woord worden gestaan.

Tekst: Titia Hartveld. Beeld: Jurre Rompa

Stem op deze kandidaat