winnaar

FRANK WESTEROP VERKOZEN TOT AMSTERDAMMER VAN HET JAAR 2017

FRANK – CLOWN POWIE – WESTEROP VERKOZEN TOT AMSTERDAMMER VAN HET JAAR 2017

Zondag 14 januari 2018, 20.00 uur

Frank Westerop, die als ‘Clown Powie’ optreedt voor zieke kinderen in het Amsterdamse VUmc, is door het publiek verkozen tot Amsterdammer van het Jaar 2017. Dat werd zondagavond bekend gemaakt door Oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, in de Stadsschouwburg van Amsterdam.
Westerop, in het dagelijks leven politieagent in Amsterdam Oost, stapt elke zondag als vrijwillig op zijn fiets, in zijn tasje zijn clownsspullen, naar VUmc. ‘Als ik er dan klaar voor ben, ga ik de ruimte in en ben ik één van de bezoekers. Je doet je clownsneus op en dan gebeurt er wat.’

Frank Westerop is de dertiende Amsterdammer van het Jaar, de verkiezing wordt sinds 2005 georganiseerd. Met dit jaar een recordaantal stemmen, ruim 15.000 Amsterdammers brachten hun stem uit op één van de 10 genomineerden. Frank heeft gewonnen met ruim 1.000 stemmen verschil.

Ere-speld Eberhartje dit jaar voor het eerst uitgereikt

Het bestuur van de stichting Amsterdammer van het jaar heeft gemeend een tastbare herinnering in het leven te moeten roepen, ter nagedachtenis aan burgemeester Eberhard van der Laan. Niet eerder had Amsterdam een burgemeester die zo geliefd was en nog steeds is, bij de Amsterdamse bevolking. De ere-speld is geen publieksprijs, het bestuur van stichting van Amsterdammer van het jaar benoemd de ontvanger.

Gerdi Verbeet reikte het eerste Eberhartje uit aan Femke van der Laan.“Na het overlijden van Eberhard ontvingen wij als gezin vele uitnodigingen om mooie initiatieven ter nagedachtenis van mijn man bij te wonen. Daar konden we helaas niet op konden ingaan. Maar de verkiezing van de Amsterdammer van het jaar lag mijn man na aan het hart. Ik neem graag de speld in ontvangst”. Aldus Femke van der Laan.

De speld heeft de vorm van een hartje, waarbij de bolling van het hartje een gouden “E” vormt. Een mooie, maar bescheiden ogende speld, zoals die bij Burgemeester Van der laan zou passen. De speld zal jaarlijks worden uitgereikt aan iemand met een hart van goud, een goed en oprecht mens die zich inzet voor haar of zijn medemens.

Meer informatie over Frank Westerop is te vinden op de website van de Amsterdammer van het Jaar.

fotograaf: Wouter van der Wolk

kandidaat

Rolf de Boer

‘Ze rekenen erop dat ik kom’, zegt De Boer. ‘En ik ken de stad als mijn broekzak.’

De mensen die hij bezoekt zijn zorgmijdende cliënten met een psychiatrische en verslavingsproblematiek. ‘Er is moeilijk contact met hen te krijgen, maar het lukt mij vrij goed. Ik heb al snel een klik met ze.’ Vandaar dat De Boer deze speciale baan heeft bij Inforsa. Daar werkt hij in een team waar meerdere disciplines worden aangeboden. ‘Veel van mijn collega’s zitten binnen, maar dat kan ik niet. Ik ben buiten om deze mensen te bezoeken en te kijken hoe het met ze gaat en hulp te bieden als het nodig is.’ En dat is in veel gevallen zo. In de winter draagt hij dubbele handschoenen en sokken en moet hij ’s avonds in bad gaat zitten om warm te worden, maar het hindert hem niet. ‘De herfstperiode met vochtigheid is het ergst. Dat sloopt je. Dat hoor je ook van zwervers.’

Zijn collega’s hebben De Boer voorgedragen voor de nominatie Amsterdammer van het Jaar, omdat hij zo betrokken is, goed is in het contact leggen met mensen met deze problematiek, resultaat boekt en hart heeft voor zijn cliënten. Het is Iemand die het verschil maakt. Dat doet hij, volgens eigen zeggen, door mensen op een gelijkwaardige manier te behandelen en ze aandacht te geven. ‘Ik ben laagdrempelig, een jongen van de straat en ik maak snel contact’, zegt de vrolijke en vriendelijke De Boer. Hij vindt zijn werk overduidelijk leuk en belangrijk. Een zorgverlener met een dikke plus.

Dagelijks probeert hij zijn cliënten naar zich toe te trekken om met hen naar de dokter, verpleegkundige en psychiater te gaan als het nodig is. Het doel is om ze steviger in hun schoenen te laten staan met de juiste begeleiding. ‘Sommigen leven al jaren ergens in een tent in de bosjes in Amsterdam en willen niet anders meer. Daar moet je regelmatig langs om te zien of alles goed gaat. Die breng je bijvoorbeeld een extra deken wanneer het zo koud is. Zij willen verder niks. Eén van hen woont op een afgebrande boot. Die man is zo gelukkig, hij heeft nog nooit een plek gehad. Hij komt in aanmerking voor begeleidend wonen, maar hij wil dat niet meer.’

De Boer doet dit werk al 10 jaar. ‘Ik ben eigenlijk zo in deze baan gerold. Het is een roeping. Het zijn allemaal eenzame mensen die buiten het gewone leven zijn gezet. Veel met een borderline stoornis, vaak licht verstandelijk beperkt en mannen vertonen regelmatig anti-sociaal gedrag door een grote mond op te zetten. Sommigen staan op de Top 600 lijst van criminelen die politie en justitie hebben opgesteld. Daar sta ik dan tegenover als hulpverlener’, lacht De Boer.

Met mensen die wel verder willen en iets van hun leven willen maken, probeert De Boer een traject in te gaan dat naar begeleid of zelfstandig wonen leidt. Zij krijgen begeleiding naar een huis, wel of niet begeleid wonen en een dagbesteding. ‘Ze moeten overdag wat te doen hebben. Als je iemand aan een plek om te wonen helpt, moet je wel verder helpen met bijvoorbeeld de inrichting ervan. De gemeente Amsterdam geeft in veel gevallen een inrichtingssubsidie en dan gaan we van het geld meubels kopen bij een tweedehands winkel of de kringloop. Deze mensen zijn gemotiveerd om wat van hun leven te maken, dus moet je er ook voor zorgen dat ze iets te doen hebben overdag.’ Het zijn lange trajecten om mensen weer op de rit te zetten. Gemiddeld krijgt De Boer er twee jaar voor. Dan moet iemand zijn plekje hebben en zelf verder kunnen gaan. Het is dan een kwestie van langzaam loslaten. Zijn hulpverlening gaat best ver. Zijn telefoon heeft hij altijd bij zich en hij reageert op elke hulpvraag die hij via WhatsApp krijgt. Ook als hij ’s avonds thuis zit. Toch trekt hij zijn grens, anders heeft hij geen leven. Op vakantie is hij ook echt op vakantie. Rolf de Boer zou geen andere baan willen hebben en hoopt dit werk tot aan zijn pensioen te mogen blijven doen.

kandidaat

Robert-Jan Prins

‘De molen heeft echt een belangrijke rol in de buurt’

Zo’n 3 jaar geleden stond hij op de brug van de Jan van Galenstraat en had hij uitzicht op de molen aan de Gillis van Ledenberchstraat. Prins, die zelf vrijwillig molenaar is, vond het ontzettend jammer om de molen er in zo’n slechte staat bij te zien staan. ‘Ik dacht: hup draaien met dat ding.’

De Otter heeft een belangrijke functie gehad, want met onder andere deze molen is de stad gebouwd. Er stonden er vroeger 47 en die zijn allemaal weg, daar is woningbouw van de zaagmolenbuurt voor in de plaats gekomen. Zonder de molens was de stad niet gebouwd. Het hout dat er is gezaagd is gebruikt voor de woningbouw in Amsterdam en voor de schepen van de VOC. De Otter, die stamt uit 1631, is het laatst overgebleven exemplaar en is getuige van een hele belangrijke industrie in de stad. ‘En het is een verschrikkelijk mooi stuk techniek. Er zijn er nog maar vijf van dit type in Nederland – en dit is de oudste.

De molen langs het water, neemt een apart stukje grond in de straat in beslag, tussen redelijk nieuwe hoogbouw en bestaande bouw. Naast de molen staan nog de restanten van de houthandel. Bouwhekken omringen De Otter, die staat te wachten op wat een juridische procedure in petto heeft voor de toekomst. Wordt de molen verplaatst naar het Erfgoedpark in Uitgeest, of mag hij blijven staan? Er is een juridisch gevecht lopende, maar daar is en wil Prins zelf geen partij in zijn. Het gaat hem om het behoud van de molen. Dat doet hij samen met twee vrijwillige molenaars vrienden, Roel Gremmer en Willem Roose.

Het was niet gemakkelijk om de eigenaar van de molen te overtuigen van hun goede bedoelingen. ‘Men was kopschuw geworden voor iedereen die wilde helpen. Eind jaren 80 is Stichting Houtzaagmolen De Otter opgericht om de molen te restaureren. Het was inmiddels al een rijksmonument. De restauratie is fantastisch goed gedaan, maar de laatste 12 jaar is er bijna niks meer aan gebeurd’, vertelt Prins. Het bouwterrein is verboden voor onbevoegden. Alleen de drie molenaars mogen er komen. ‘Wij hadden niet zo zeer plannen met de molen, maar vonden dat hij moest worden opgeknapt en beheerd, ondanks de ontzettend moeilijke juridische situatie.’

In de drie jaar dat zij bezig zijn is er al veel werk verricht. ‘We kregen uiteindelijk eerst toestemming het gras te gaan maaien, daarna hebben we de molen opgeruimd, de zeilen opgehangen, we hebben een hoop getimmerd en geknutseld, gesmeerd, om de molen te kunnen laten draaien. We zorgen ervoor dat de molen blijft leven, signaleren kleine gebreken op tijd zodat het geen grote gebreken worden.’

Afgelopen Koningsdag is de vlag uitgehangen en kon de molen weer draaien. ‘Ik had die dag een boek meegenomen om te lezen, maar mensen in de buurt waren zo enthousiast toen ze zagen dat de molen draaide. Mensen schreeuwden van de andere kant van het water dat ze blij waren dat de molen het weer deed. Dat het zo in de buurt ging leven en dat het zo veel effect zou hebben, had ik nooit verwacht. Mensen hebben de hele dag genoten van de draaiende molen en dat doen ze nog steeds als hij een dagje draait. De molen heeft echt een belangrijke rol in de buurt. De situatie is stabieler en de molen gaat leven. Mensen komen dichter bij elkaar. Nu is er de overtuiging dat we echt met het behoud van de molen bezig zijn en dat is hartstikke goed.’

De molen is nog lang niet klaar, maar het begin is er. Er is nu bereidheid van alle kanten om er een museumfunctie aan te geven, maar daar is nog veel geld voor nodig.

winnaar 2017

Frank Westerop

Door de week is hij de wijkagent in stadsdeel Oost en op zondag hangt hij de clown uit voor zieke kinderen in de Vu. Het lijkt een rare combinatie, maar Frank Westerop heeft ondervonden dat beide beroepen wel degelijk raakvlakken hebben. 15 jaar geleden zag Westerop op de televisie een reclame van de Cliniclowns voorbij komen. ‘Ze vroegen er clowns om het team te versterken. Ik schoot vol bij het zien van de beelden. Ik dacht; dat wil ik ook’, vertelt Westerop. ‘Ik heb ze gebeld, maar het bleek om een echte baan te gaan met een clownsopleiding.’

Aangezien Westerop zelf een baan had bij de Amsterdamse politie, die hij veel te leuk vond om op te geven, had hij eerst zoiets van ‘jammer dan’. Het idee om clown te worden liet hem niet los en hij ging naar een heuse clownsschool. ‘Er ging een wereld voor mij open. Ik wist niet dat je voor clown kon leren, maar het is echt zo. ‘

Zijn eerste kennismaking met de opleiding was tijdens een introductiedag op een van die scholen. ‘Op die dag kon je met attributen spelen en kennis maken met het vak. Er lag bijvoorbeeld een dienblad met clownsneuzen. Gewoon spelen en kennis maken. Aan het einde van de dag was ik nog steeds enthousiast.’ Een clown was geboren.

Westerop heeft uiteindelijk 4 jaar meerdere opleidingen gedaan. ‘Ik ben nu gediplomeerd clown’, lacht hij. ‘Ik ben door barrières gegaan. De lessen gingen over beleven, improviseren, spiegelen en dat is best eng. In het politieleven is alles gestructureerd, als clown ben je dat veel minder. De werelden lijken heel verschillend, maar zowel als clown als wijkagent gaat het er om dat je je inleeft in mensen. Empathie voor mensen maakt eigenlijk altijd verschil. Er wordt ook altijd verbaasd gereageerd dat ik twee zo verschillende ‘beroepen’ heb.’

Inmiddels is Westerop al 10 jaar elke zondagmiddag Clown Powie in de Kinderstad van het Vu-ziekenhuis. Dt doet hij vrijwillig. ‘Ik doe geen voorstelling of trucjes. Ik improviseer veel. De kinderen moeten er zin in hebben en dat zie je al wanneer je probeert contact met ze te maken. Het gaat er om dat je grappig bent en niet dat je grappig doet. Het gaat niet om mij, maar om waar kinderen behoefte aan hebben.’

Wie op zondag wil afspreken met Westerop heeft pech. Dan stapt hij op zijn fiets met zijn tasje met clownsspullen naar de Vu. ‘Als ik er dan klaar voor ben, ga ik de ruimte in en ben ik één van de bezoekers. Je doet je clownsneus op en dan gebeurt er wat. Ik ga om met wat er aan kinderen is en probeer in de beleving van de ander te komen door te luisteren naar wat er speelt. Ik heb geen kant en klare voorstelling, maar speel in op de wens van de kinderen. Als ze de hele middag liedjes willen zingen, dan doen we dat.’

De meeste kinderen zijn lekker aan het spelen als Clown Powie binnenkomt, maar soms zijn er kinderen die nog in bed moeten blijven. ‘Hoe maak ik contact met dat kindje, dat is altijd de vraag.’ Hij weet zich nog te herinneren dat er een jongetje in bed echt plezier beleefde aan zijn optreden. ‘De moeder van het jongetje stond aan het voeteneind en zei een beetje gedachteloos tegen haar zoontje ‘ik heb je de hele dag nog niet zien lachen en nu al de hele tijd. Wat fijn.’ Dan schiet ik bijna vol op zo’n moment.’

Inmiddels weet Amsterdam Powie te vinden. Door de jaren heen is hij ook gevraagd om de kinderen te vermaken bij onder andere Kinderbeestfeest in Artis, Prachtnacht in het Rijksmuseum en zo meer. Powie heeft voor kindsoldaatjes in Uganda en in weeshuizen in Peru opgetreden.

Westerop kan zich nog nauwelijks een leven zonder Clown Powie voorstellen. ‘Als Kinderstad ooit zou stoppen ga ik op zoek naar een ander ziekenhuis.’

kandidaat

Souad Boumedien

‘Heel bizar’, antwoordt Souad Boumedien op vraag wat ze vindt van haar nominatie voor Amsterdammer van het jaar. ’Amsterdam is zo’n grote stad met zoveel goede initiatieven, dat ik het echt ongelofelijk vind dat ik genomineerd ben.’ De brigadier in dienst van de Amsterdamse politie stelt zich hier wat al te bescheiden op. De 44-jarige inwoonster uit West met Marokkaanse roots heeft in haar rol als ambassadeur bij Pride, heel wat teweeg gebracht in binnen- en buitenland.

Het evenement zelf duurt ruim een week, maar het ambassadeurschap is voor het leven. ’Iedereen heeft het recht om te zijn wie je bent en te houden van wie je wil’, staat in de boodschap van Stichting Amsterdam Gay Pride.
Deze stichting vraagt aandacht voor mensenrechten in het algemeen en de acceptatie en gelijkheid van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen (afgekort tot LHBTI, red.) in het bijzonder, wereldwijd. Een streven dat Boumedien nauw aan het hart ligt.

Zelf is ze al 20 jaar uit de kast. De boodschap dat ze op vrouwen valt, zorgde voor verdriet en een soort van paniek bij haar ouders. Haar ouders vonden het niet kunnen om iets goed te keuren, wat God afkeurt. Wellicht zou bidden uitkomst bieden. ’Bovendien waren ze bang dat ik zou ontsporen, aan de drank of drugs zou raken en op straat zou belanden.’ Het was een heftige tijd in huize Boumedien. ’Voor iedereen kost het tijd om aan ’het anders zijn’ te wennen. Om te beginnen bij jezelf, maar ook voor je familie.’
Inmiddels heeft de familie de situatie geaccepteerd. Ze zijn trots op haar en haar vriendin komt gewoon op bezoek. ’Door hun liefde, hun acceptatie, maar ook door de acceptatie door mijn collega’s, voel ik mij sterk genoeg om dit werk te doen.’

Boumedien benadrukt dat ze eigenlijk niet alleen op voor de rechten van homo’s opkomt, maar in feite voor de rechten van alle mensen. ’Als je het goed beschouwt wil iedereen leven op zijn of haar manier. In dat opzicht verschillen we helemaal niet zo veel van elkaar. Sterker nog volgens mij hebben we meer overeenkomsten dan verschillen.’
In 2014 voer er voor het eerst een boot met Marokkaanse-Nederlandse LHBT’ers mee tijdens de Canal Parade, de botenparade door de grachten die de afsluiting vormt van Pride. Boumedien nam destijds samen met Mohamed Chaibi hiervoor het initiatief.

Dit nieuwtje trok wereldwijde aandacht. Drie jaar later werd Boumedien mede hierdoor ambassadeur van Pride. Was de boot al groot nieuws in Marokko, deze eretitel kreeg ook daar de nodige aandacht. Inmiddels is Boumedien in haar hoedanigheid van ambassadeur op bezoek geweest in Marokko, waar nog veel moet gebeuren op het gebied van homorechten, maar ze is hoopvol gestemd.

De veronderstelling dat moslims per definitie anti-homo zijn, doet Boumedien af als een misvatting. ’Ik ben nog nooit geweigerd door mijn eigen gemeenschap. In de moslimgemeenschap zien ze dat iedereen ermee worstelt, niet alleen ouders. Ze willen ook handvaten hoe hiermee om te gaan.’
Boumedien staat nog steeds versteld van de impact van haar werk. Regelmatig krijgt ze via social media of in levenden lijve bedankjes van wildvreemden. ’Natuurlijk gaat er veel tijd zitten in mijn werk voor Pride, maar ik krijg er ook energie van en het is heel dankbaar werk. Op deze manier kan ik jongeren die, net als ik 20 jaar geleden, nog in de kast zitten een hart onder de riem steken.’

kandidaat

Eva Yoo Ri Brussaard

Eva Yoo Ri Brussaard van Single Super Mom
Ze is ervaringsdeskundige, Eva Yoo Ri Brussaard weet als geen ander wat je als alleenstaande moeder doormaakt. ‘Wanneer je trouwt beleef je vaak de gelukkigste periode van je leven, wanneer je er alleen met kinderen voor komt te staan een verdrietige periode’, vertelt ze.

Negen jaar geleden is ze begonnen met de Stichting Single Super Mom, een community voor alleenstaande moeders. Ik was net 23 jaar, had geen netwerk en maakte me zorgen om de toekomst van mij en mijn zoon. Door het vertrek van mijn partner ervoer ik een ellendige periode. Het doel is om vrouwen economisch zelfstandig te maken zodat ze kunnen participeren in de maatschappij. ‘Ik ken alle facetten van het alleenstaande moederschap. Als je er niets aan doet, blijf je in de ellende zitten.’

Obstakels

Amsterdam telt zo’n 40.000 alleenstaande moeders. ‘Daar zijn ongeveer 100.000 kinderen bij betrokken. De armoede is in deze groep het grootst’, weet Brussaard. ‘Moeders hebben vaak nog te maken met veel obstakels. Ze hebben vaak geen netwerk, leven geïsoleerd, ze hebben niet alles op de rit en hebben vaak nog verdriet om de nieuwe situatie. Alleenstaand moederschap is zelden een bewuste keuze. Daarnaast is het sowieso pittig om alleenstaande moeder te zijn, want je doet de taken die je normaal met z’n tweeën doet in je eentje. Je kunt nooit ziek zijn of een offday hebben.’

Bij Single Super Mom in de Rijnstraat, kunnen deze moeders terecht om elkaar te ontmoeten, is er inloop en krijgen zij de kans om verschillende workshops te doen om zichzelf te versterken en waardoor ze zichzelf kunnen ontwikkelen naar economische zelfstandigheid.

Ervaringen

De stichting werkt niet alleen op stadsbreedte maar heeft in elk stadsdeel een wijkcoördinator waarmee ze contact hebben. ‘Zo creëren we op wijkniveau netwerken waar de drempel laag is om elkaar te ontmoeten. Moeders die alleen zijn hebben veel aan elkaar, ze wisselen ervaringen uit en geven elkaar advies. Ze hoeven niets uit te leggen, want ze weten allemaal hoe het is. We hebben al heel veel moeders geholpen en het is ook voor de kinderen fijn om een blije moeder te hebben. Ze is tevens een rolmodel voor haar kind. Het geluk van de moeder staat bij ons voorop. Iedereen is geboren met een talent, met iets moois en als je daar gehoor aan geeft, ben je ook gelukkig.’

Zoals bij elke stichting krijgt ook Single Super Mom een kleine subsidie, wordt er veel met vrijwilligers gewerkt en is het huren van de ruimte altijd onzeker. Maar eigenlijk is er altijd geld te kort en is het de eindjes aan elkaar knopen. ‘Alles wat hier staat is door vrijwilligers gedaan uit ons eigen netwerk. Doordat je de passie met ze deelt, heb je de motivatie en herkenning. En single moms maken tijd voor vrijwilligerswerk’, lacht Brussaard.

Verbinden

Dat Single Super Mom een steun is voor veel alleenstaande moeders is duidelijk. Alleen al op facebook zijn er meer dan 30.000 moeders verbonden aan Single SuperMom.

‘Bij ons staat de vraag centraal wat we voor elkaar kunnen betekenen om het leven van moeders en hun kinderen beter te maken. Toen ik er alleen voor stond met mijn kind, heb ik mezelf verplicht om er een mooi leven van te maken.’

Eva Yoo Ri Brussaard hoopt dat ze met haar stichting kan bijdragen om gelijke kansen, meer gelijkwaardigheid, emancipatie en economische zelfstandigheid voor alleenstaande moeders te creëren. ‘Ik hoop dat er met meer compassie wordt gekeken naar alleenstaande moeders.’ En hoopt met haar passie ook een inspiratie te zijn voor alleenstaande moeders ‘Als je in jezelf gelooft, kan je veel meer dan je denkt’.

kandidaat

Elkan van der Reis en Alex Breedt

‘Wij zijn een stem voor het kind met beperking’

Een kind met een beperking heeft als je niet uitkijkt bijna geen sociaal leven na schooltijd en geen beweging. Elkan van der Reis en Alex Breedt trokken zich het lot van deze groep kinderen aan en begonnen Happy2move, een naschoolse dagbesteding voor kinderen met een verstandelijke en/of een lichamelijke beperking. Tijdens studiedagen en vakanties worden voor deze kinderen door Happy2move activiteiten georganiseerd met aandacht voor sociale vaardigheden, sporten, gezonde voeding en plezier. Na de opvang worden de kinderen van school naar huis gebracht.

Kinderen met een beperking laten bewegen is nog te weinig bekend. ‘Deze kinderen gaan normaal gesproken met het busje naar school en naar huis. Ze kunnen nooit bij elkaar spelen, want ze wonen te ver van elkaar af. Tegelijkertijd moet er altijd iemand thuis zijn, want ze kunnen niet alleen blijven. En sporten of bewegen zit er al helemaal niet voor ze in’, somt Breedt op. Die combinatie zit in Happy2move.

Het grootste doel is om de kinderen te laten bewegen, want veel van hen weten niet hoe ze dat moeten doen. ‘Kinderen met een beperking lopen op motorisch vlak nu eenmaal achter. Bij ons kunnen ze sporten in een veilige setting, onder deskundige begeleiding en hebben ze contact met elkaar’, legt Van der Reis uit.

In 2011 zijn ze de stichting gaan voorbereiden en in 2012 zijn ze begonnen. Een gat in de markt lijkt het, want intussen zijn er drie vestigen in Amsterdam, één in Haarlem en bij Heliomare in Heemskerk wordt begin 2018 een vestiging geopend.

In Amsterdam is er zelfs een wachtlijst. ‘Dat komt omdat er bijna geen uitstroom is, het zijn langdurige trajecten’, zegt Breedt. Happ2move kon niet anders dan een zorginstelling worden en wordt dan ook volledig door de overheid betaald. Dat heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Kinderen die ervoor in aanmerking komen, worden door de gemeente geïndiceerd. Happy2move heeft nu 25 mensen in dienst, 50 stagiaires en vangt in totaal 170 kinderen op. Voor alle extra’s worden fondsen aangeschreven, want het is geen vetpot.

‘Het doel van Happy2move is om ervoor te zorgen dat deze kinderen meer zelfvertrouwen krijgen om beter in de maatschappij te functioneren. Het gaat er om dat ze hun sociale en fysieke mogelijkheden ontplooien. Thuis gaat elk pondje door het mondje en daardoor lijden ze vaak aan overgewicht. Door betere voeding en meer beweging ontwikkelen ze motorische vaardigheden en dat maakt ze sterker’, ervaart Van der Reis dagelijks.

De twee heren zien dan ook vorderingen bij de kinderen. ‘We hebben een jongen gehad die met z’n moeder mee op vakantie ging naar een camping. Zijn moeder wilde graag dat hij daar ging fietsen. We hebben er anderhalf jaar over gedaan om hem onder begeleiding te leren fietsen en het is gelukt’, glundert Breedt.

Voor de begeleiding heeft Happy2move veel stagiaires van mbo- en hbo-scholen. Zoveel personeel als deze instelling nodig heeft is onbetaalbaar en studenten maken tegelijkertijd kennis met gehandicapte zorg samen met sport en beweging.

Want dat deze voorziening hard nodig is, blijkt elke dag weer. ‘Elke dag voeren we een strijd voor deze doelgroep die anders thuis zit en geïsoleerd is. Er zijn veel ouders met een kind met een beperking die geen stem kunnen zijn voor hun kind. Zo’n kind vraagt veel aandacht in een gezin. Onze voorziening is tegelijkertijd een ontlasting voor de ouders die vaak huilend tijdens de intakegesprekken hun hartverscheurende verhaal doen’, vertelt Van der Reis. ‘Wij zijn een stem voor zowel het kind als de ouder.’

kandidaat

Meike van der Lippe

Meike van der Lippe van Stichting Inclusief wil zich inzetten voor gelijkheid in de maatschappij. “Dat doen we vooral door journalistiek als middel in te zetten. Want als je in de rol van journalist kruipt, kun je heel makkelijk gesprekken aangaan met mensen met wie je anders niet zo snel in gesprek komt. Ook kom je op plekken waar je anders niet zo snel komt,” aldus Meike.

“Inclusief Magazine is een project wat we vaak hebben gedaan met nieuwe Nederlanders. Daarnaast maken we Trans Magazine. Dit is een nieuw blad dat gemaakt is door en voor transgender personen.”

“Ik ben zelf zo ingesteld dat het leven een grote leerschool is. Ik denk dat ik daarom ook heel erg word aangetrokken
door Amsterdam. Deze stad is één grote schatkist aan kennis en ervaring.”

“Door mensen naar elkaar te laten luisteren, en dat te stimuleren, ontstaat er erkenning. En kan de beeldvorming over deze doelgroepen genuanceerd worden. Dat is waar ik super blij van word.”

kandidaat

Marius Smit

In plaats van zich te storen aan al het plastic in de grachten, jeukten zijn handen om het op te ruimen. ‘Ik dacht, ik ga niet meer wachten op de politiek en het bedrijfsleven, ik ga de stap zetten.’ De organisatie Plastic Whale was geboren. 7 jaar later, heeft Plastic Whale een vloot van 9 boten, gemaakt van plastic waar scholieren, het bedrijfsleven en particulieren regelmatig op zijn te vinden om plastic uit de Amsterdamse grachten te vissen.

‘Het afval is een wezenlijk en groeiend wereldwijd probleem. In januari 2011 besloot ik iets doen tegen de plastic soep, met de gedachte om mijn werkzame leven te combineren met iets waardevols toevoegen aan deze mooie wereld’, vertelt Smit.

‘Ik heb van het probleem plastic mijn beroep gemaakt.’
Genoeg van de negatieve verhalen over hoe slecht de wereld er voor staat en alle acties die er werden gedaan als ‘druppels op een gloeiende plaat’ werden beschouwd, stelde Smit de vraag op social media aan iedereen die het las om hem te helpen met zijn idee tegen de plastic soep. ‘Ik had geen enkel plan, maar kreeg zoveel positieve reacties. Iedereen wilde gratis helpen.’ Er ontstond een heel netwerk waaruit de stichting is ontstaan. Deze stichting heeft 3 doelen. Er is een educatief scholenprogramma voor leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool, middelbare scholieren en studenten. ‘Kinderen zijn heel enthousiast om het water op te gaan. Als ze een schepnetje krijgen en ze vangen plastic, dan weten ze meteen dat het daar niet hoort. Ze zijn helemaal verbaasd als ze horen dat er boten van worden gemaakt.’

Het tweede doel is mensen activeren om mee te helpen plastic te vissen na publieksevenementen zoals Koningsdag en de Canal Parade. Dan vaart Plastic Whale uit met zijn eigen vloot en vele anderen komen ook met de boot om te helpen. Het derde doel is productie en ontwikkeling. ‘We willen meer te weten komen over de waarde van plastic afval en ons model ook op andere plekken van de wereld stimuleren.’

Naast de stichting is er ook een BV opgezet met als doel om het plastic te recyclen. Van het plastic worden platen pet schuim gemaakt die worden gebruikt voor de bouw van de boten en pet vilt dat weer wordt gebruikt voor het maken van kantoormeubilair. Dat laatste is nog nieuw, het eerste kantoormeubilair wordt begin 2018 gelanceerd. ‘Mensen zijn vaak echt verbaasd dat je iets kunt maken van afval. Zo zie je hoe waardvol die grondstof is.’
Er worden jaarlijks zo’n 25.000 plastic flessen uit de grachten gevist, maar ook emmers, schoenen, blikjes en nog veel meer. ‘Dit jaar is het absolute record en hebben we bijna een zeecontainer vol met 50.000 tot 60.000 flessen. Onze schippers komen vaak terug met 1 zak flessen en 2 zakken overig afval.’

De Amsterdamse grachten zullen nooit leeg raken, maar Plastic Whale heeft wel bereikt dat er veel uit is gevist en dat het probleem meer bekendheid heeft gekregen. ‘Dat zorgt voor veel belangstelling. Mensen die hun hulp aanbieden zijn dan ook bevlogen en willen echt concreet iets doen aan het probleem. Je wordt gewoon moedeloos van de gedachte dat er een lavastroom van afval naar zee stroomt. Wat wij doen is geen druppel op de gloeiende plaat, want dan kun je beter niks doen. Ik denk meer aan een zaadje dat moet groeien naar een boom.’ Dat gebeurt ook langzamerhand, want veel steden nemen het idee over en Plastic Whale is momenteel bezig om in het Indiase Bangalore een project te beginnen waar het afval op een betere manier wordt gescheiden.

‘Wij zijn dan ook ambitieus maar niet pretentieus. We willen concreet iets toevoegen. We pretenderen niet dat we het probleem kunnen oplossen, want het is te groot en te complex, maar laten er wel de economische waarde van zien.’
Marius Smit is niet zo van de verkiezingen en de prijzen. Doorgaans slaat hij ze af. Voor de Amsterdammer van het jaar maakt hij een uitzondering. Hij projecteert de nominatie dan ook niet op zichzelf, maar op al die enthousiaste mensen die in al die jaren hebben geholpen.

kandidaat

Gé Ruijfrok

Het zal je maar gebeuren dat je als kind uit groep 3 of 4 van de basisschool zo maar een boek krijgt waarin je zelf de hoofdrol speelt. Dat is inmiddels zo’n 50.000 kinderen overkomen door Stichting ‘Ieder kind een eigen boek’. ‘En blij dat ze zijn als ze het in handen krijgen’, zegt initiatiefneemster van de stichting Gé Ruijfrok.

Het begon zo’n tien jaar geleden. Ruijfrok zit in de bewonerscommissie van Woningcorporatie Ymere. ‘De gebiedsmanager van destijds vroeg of ik niet een leuk project wist voor de Betere Buurt Prijs. Het mocht geen barbecue of straatfeest zijn’, vertelt ze. Op elk idee kon worden gestemd, maar haar plan haalde het niet.

‘Ymere was echt onder de indruk van het plan. Dus we hebben het eerst voor zes scholen in Gein (wijk in Zuidoost, red.) gedaan.’ Het project is tweeledig. Kinderen die net met lezen zijn begonnen krijgen een eigen boek omdat ze thuis niet of weinig lezen. ‘Veel kinderen hebben geen boeken thuis net als een kleurboek of pennen. Dat komt niet voort uit armoede, want ze hebben wel Nikes aan en hebben een PlayStation. Veel van hen hebben een leesachterstand’, weet Ruijfrok. Datis datn ook de motivatie van de stichting om iets aan die achterstand te doen. Inmiddels hebben alle woningcorporaties gesponsord.

De vijf boekjes die inmiddels zijn uitgegeven hebben elk een thema; brand, Gezond zijn is fijn, de Super Sporter, Schoon en Groen Samen Doen en de politie. Wanneer een klas een boekje krijgt, wordt er altijd een feestje van gemaakt. Naar gelang het thema van het boekje komt de brandweer, politie of ambulancepersoneel mee om uitleg te geven.

‘Kinderen vinden het fantastisch om een ambulance van binnen te mogen bekijken. We hebben ‘de koningin van het afval’ die laat zien wat voor een mooie dingen je kunt maken van afval. De afdeling Reiniging komt met een vuilniswagen langs en de kinderen mogen met Meneer Nog een Keer zwerfvuil prikken. De brandweer geeft een lesje brandpreventie en er mag met de brandweerspuit worden gespoten. Op die manier zorg je ervoor dat kinderen respect krijgen voor hulpverleners, het milieu en zo meer. Daarnaast creëer je ook meer cohesie in een buurtbewoners, scholen, bedrijven en de gemeente.’

Tijdens de afgelopen Koningsspelen nog zijn er 600 boekjes uitgedeeld met sport als thema.

De boekjes worden gratis uitgedeeld en dat is mogelijk door sponsoring en subsidie van fondsen. Elvira Sweet kreeg, in haar functie van stadsdeelvoorzitter, ooit de eer om het eerste boekje uit te delen aan basisschool De Knotwilg samen met de brandweer. Wijlen burgemeester Eberhard van der Laan droeg de stichting en Gé Ruijfrok ook een warm hart toe en spoorde haar aan door te gaan ook al is het een druppel op de gloeiende plaat.

Iets dat ooit als klein project is begonnen in Gein, overschrijdt nu de gemeentegrens van Amsterdam. De stichting heeft meer dan 30 vaste vrijwilligers in Amsterdam en nog eens 25 daarbuiten om er voor te zorgen dat ieder kind een eigen boek krijgt met zichzelf in de hoofdrol. ‘Dat is heel veel werk. Het moet van top tot teen kloppen. We zijn behoorlijk perfectionistisch, we horen dan ook vaak dat het er heel professioneel uit ziet. We zijn inmiddels een geoliede machine’, vertelt Ruijfrok.

Ondanks het feit dat ze heel slechtziend is, gaat ze naar elke uitreiking waar dan ook in het land. ‘Mogen we het boekje houden’, vragen de kinderen dan. En dan zeg ik: ja dat mag je houden. Dan zijn ze zo blij en trots. Een kind groeit in zelfvertrouwen omdat het de hoofdrol speelt in het boek. Het zorgt er voor dat ze trots zijn en erin geloven dat ze iets kunnen bereiken.’

Gé Ruijfrok is inmiddels bekend als de vrouw van de boekjes. ‘Dan kom ik 16 tot 18-jarigen tegen en roepen ze naar me dat ze de boekjes nog steeds hebben en ze ze nooit weg gooien. Dat is toch mooi.’

Ze is trots op de nominatie voor Amsterdammer van het jaar, maar: ‘het is een waardering voor alle vrijwilligers van de stichting’, besluit ze.

kandidaat

Make a Memory – Hans Mooren

In Amsterdam is het een groep van een kleine 20 professionele fotografen die dat op vrijwillige basis doet. Hans Mooren is een van die fotografen. Hij doet dat bijna tien jaar. Door de stichting is hij naar voren geschoven om het interview te doen voor de nominatie Amsterdammer van het Jaar, maar hij vertegenwoordigt alle deelnemende fotografen.

‘Natuurlijk kunnen verpleegkundigen in het ziekenhuis ook een foto maken, maar zij hebben op zo’n moment wel wat anders aan hun hoofd. Daarbij komt dat professionele fotografen een mooiere reportage kunnen maken. Ze staan meer op afstand zodat zij ter plekke bepaalde ideeën kunnen bedenken voor een passende reportage’, vertelt Mooren.

‘Ik herinner me nog de vader die een tatoeage van de naam van zijn eerste kind op de arm had. Ik stelde toen voor om hun pasgeboren kindje op z’n arm te leggen zodat het bij de naam van het eerste kind lag. Dat vonden ze echt geweldig’, vertelt Mooren. ‘Dat soort foto’s zijn voor ouders heel waardevol.’

‘Soms zie je dingen gebeuren die onverwacht zijn. Een van de laatste keren dat ik fotografeerde, keken de ouders elkaar heel verliefd aan. Op zo’n moment is dat heel intiem en als je dat vastlegt zijn mensen daar heel blij mee. Je maakt ook verschillende foto’s bijvoorbeeld alleen van een handje of van twee handjes. Eigenlijk moet je als fotograaf zo min mogelijk regisseren, want het gaat niet om mij maar om de ouders.’

De fotografen stellen zich dan ook terughoudend op. ‘Ik probeer een middenweg te vinden in wat ouders zelf willen en een suggestie te doen. Ik zeg wel altijd van ‘als je me zat bent, stuur je me maar weg, want als je denkt dat het goed is, dan is het goed’.’

Inmiddels is de stichting bij alle ziekenhuizen van Amsterdam bekend. Wanneer er zich weer zo’n moment voordoet, dan leggen de verpleegkundigen de mogelijkheid dat het kindje kan worden gefotografeerd aan de ouders voor.
Als ouders aangeven dat ze mooie foto’s willen hebben, wordt het proces in gang gezet. Stichting Make a Memory wordt gebeld en die kiest een fotograaf uit die het dichtst bij het ziekenhuis woont. Mooren zelf fotografeert in het AMC.
‘Soms moet je snel reageren en een andere keer maak je een afspraak voor een dag later. Elke situatie is weer anders. Ik ben ook wel eens op kerstavond naar het ziekenhuis gegaan.’

De fotograaf kiest de 5 mooiste foto’s uit voor een harmonicaboekje de ouders krijgen. De rest van de foto’s krijgen de ouders op een usb-stick. De fotograaf doet het gratis en de onkosten worden vergoed door sponsoring en schenkingen. De ouders hoeven niks te betalen.

‘Je ben zo’n driekwartier à een uur bezig met fotograferen. Je komt op een moment in het leven van mensen terecht die in diepe ellende zitten. Je maakt van dichtbij mee hoe ze omgaan met hun verdriet. Het is heel bijzonder dat je daar als buitenstaander deel vanuit mag maken. Mensen laten je toe op voor hen hele intieme momenten om je werk te doen. Het is dan ook heel dankbaar werk om een dierbare herinnering voor ze te maken.’
Ook al zijn de fotografen op een professionele manier bezig met hun werk, het raakt hen wat er voor hun lens gebeurt. ‘De ene keer meer dan de andere keer. Waardoor dat komt weet ik niet precies. Het gekke is dat de gebeurtenis later op je beeldscherm een grotere impact heeft dan ter plekke. Daarna is het diep ademhalen en verder gaan’, bekent Mooren.