2022 : Meester Kwame | Stichting Scientia Potetentia Est (SPE)

‘Als het thuis niet goed gaat, gaat het op school ook niet goed’

“Je moet de kans krijgen om mee te kunnen doen en niet in een hoek worden gezet of gekleineerd worden.” De drijfveer van Stichting Scientia Potetentia Est (SPE), wat kennis maakt macht betekent in het Latijn, is het maximale potentie uit elk kind halen. SPE is ooit opgezet door vader Agayapong-Ntra om kinderen uit de Ghanese gemeenschap bij te spijkeren op school. De meubels werden opzijgeschoven om aan oude tafels van de Cresendo school bijles te geven. Kwame, beter bekend als Meester Kwame, hielp zijn vader al op zijn veertiende met het geven van bijles. Hij heeft dan ook de stichting overgenomen en is al jaren directeur van SPE. De doelstelling is nog steeds hetzelfde, maar nu voor een veel bredere doelgroep en de activiteiten zijn ook fiks uitgebreid.

Diep in Nieuwlandhof in Holendrecht huist de organisatie die in de bres springt voor kinderen en als het thuis niet lekker gaat, ook voor de ouders. “We kijken heel goed naar een kind dat hier voor het eerst binnenkomt. Vaak speelt er thuis van alles. Dat hebben we in coronatijd goed kunnen zien. Dan kom je thuis bij kinderen en zie je dat ze met z’n vijven met één tablet moeten doen.” De activiteiten richten zich dan ook zowel op het bijspijkeren van kinderen op school, als hulp bieden aan ouders die het moeilijk hebben. Meester Kwame zelf heeft rechten gestudeerd en kan daarom een goede steun zijn voor ouders die bijvoorbeeld te maken hebben met incassobureaus. “De focus ligt op het helpen van kinderen. Maar als het thuis niet goed gaat, gaat het op school ook niet goed. Vandaar dat we ook de ouders helpen om hun maatschappelijke positie te verbeteren.”

LEES MEER

Hoger niveau

En dat is al veelvuldig gelukt. In al die jaren zijn er duizenden kinderen geholpen door SPE. Veel kinderen zijn onderschat op school en door de steun van SPE toch op een veel hoger niveau uitgekomen. Meester Kwame kan talloze voorbeelden noemen. Met trots laat hij dan ook de foto’s aan de muur van zijn kamer zien waarop gelukkige kinderen staan met het bewijs van behaalde resultaten in de hand. De muur is nog lang niet vol, maar had, volgens Meester Kwame, al overvol moeten zijn. Gebrek aan tijd en geld is de oorzaak waarom nog niet ieder geholpen kind een plekje op de muur heeft gekregen.

Meeste Kwame heeft het druk, te druk. Mond-op-mond-reclame zorgt ervoor dat kinderen weten dat ze bij SPE moeten zijn om geholpen te worden. “Mensen zeggen vaak ‘stuur de kinderen weg’. Dat doe ik niet, want dan hebben ze geen toekomstperspectief.” En dus werkt hij keihard met een te laag budget om ervoor te zorgen dat kinderen op zijn steun kunnen rekenen. Ouders betalen een heel laag tarief voor de hulp, maar niet voor het lesmateriaal. De lessen worden weliswaar gegeven door professionals, sommigen betaald maar de meesten niet.

Waardering

Dat is meteen de frustratie van Meester Kwame. Duizenden kinderen zijn geholpen, scholen zeggen vertrouwen te hebben in een kind als Stichting SPE erachter zit, maar echte waardering van bijvoorbeeld de overheid is er niet. Subsidieaanvragen worden telkens afgewezen, omdat de gemeente vindt dat Meester Kwame het maar met vrijwilligers moet doen en er genoeg van dit soort voorzieningen zijn. Toch vindt hij telkens weer energie om door te gaan. “Dat komt doordat een kind gaat inzien wat er in hem of haar zit en vertrouwen krijgt. Ik zie dat ze het beter doen en daardoor een toekomst hebben. Het is mooi om te zien als ze klaar zijn en dan langskomen om me te bedanken. Ze hebben de basis gekregen.”

Meester Kwame vertelt opgewekt, terwijl het water hem tot aan de lippen staat. Hij heeft grote zorgen over de financiën, want hij heeft hoge kosten aan huur en andere voorzieningen en die zijn bijna niet op te brengen. Daarnaast heeft hij een belastingschuld door de inkomensbelasting.

Eervol

De nominatie voor Amsterdammer van het Jaar vindt Meester Kwame eervol. Hij hoopt dat zijn stichting hierdoor meer gezicht krijgt en erkend wordt. Tot nu toe heeft SPE alleen een samenwerkingsovereenkomst met Masterplan Zuidoost voor de Summerschool die SPE ook organiseert. Daar heeft Masterplan Zuidoost in geïnvesteerd. “Kinderen hebben veel meer nodig dan alleen rekenen en taal. We moeten hun blik verruimen. Sommigen kinderen komen nooit uit Holendrecht. We moeten voorkomen dat ze het criminele pad op gaan. Kinderen moeten lekker in hun vel zitten en toekomst hebben.”

Tekst: Titia Hartvelt | Foto: Anita Edridge

2021 : Jason Bhugwandass Stichting ExpEx

‘Mensen weten niet hoe het in een gesloten jeugdinstelling eraan toe gaat’

Het zal je maar gebeuren dat je als 16-jarige van de ene op de andere dag in een gesloten jeugdinstelling terecht komt. Zo uit 5 vwo gehaald en in een kamer gezet met tralies voor de ramen en hekken om het terrein. Van het ene op het andere moment afgesneden van de buitenwereld en beperkt contact met familie. Het overkwam Jason Bhugwandass (24). Hij had als depressief kind met de nodige bagage en suïcidale neigingen zorg nodig. In plaats daarvan werd hij opgesloten zoals in een gevangenis.

LEES MEER

“En ik was 16, bijna 17. Je zal maar 13 jaar zijn en in zo’n instelling terecht komen”, Jason moet er niet aan denken dat het vandaag de dag nog steeds gebeurt. Hij is dan ook opgestaan om zich tegen het huidige jeugdbeleid in gesloten inrichtingen te verzetten en te proberen te veranderen. Dat doet hij als vrijwilliger van Stichting ExpEx (Experienced Experts). Daar heeft hij zijn nominatie voor Amsterdammer van het Jaar aan te danken. “Ik vind het wel tof. De nominatie is voor mij heel betekenisvol”, zegt bij bescheiden.

Opgesloten
Het gesprek vindt plaats in een café in de Pijp. Daar doet Jason rustig zijn verhaal. “Mensen weten niet hoe het in een gesloten jeugdinstelling eraan toe gaat. Kinderen die geen strafblad hebben maar zorg nodig hebben, worden opgesloten. Je komt er met bepaalde problemen, ik was depressief en wilde niet meer leven. Op initiatief van jeugdzorg heeft de rechter bepaald dat ik in een gesloten inrichting werd geplaatst. Geen school, geen behandeling, beperkt contact, veel in een isoleercel, constant conflict hebben met als gevolg nog meer depressiviteit. Als meisje dat seksueel is misbruikt uitgekleed wordt en in een isoleercel gestopt. Een kind dat is misbruikt, kleed je uit? Dan besef je gewoon niet wat je aan het doen bent. Dat zegt iets over de cultuur die er al heerst. Je raakt gehospitaliseerd, als je er zit, maar ook als je daar werkt. Het is een machteloze positie. De meeste personen die zich bezighouden met jeugdzorg hebben macht. Mensen die je zou moeten kunnen vertrouwen. Het is bizar om kinderen in een gevangenis te zetten die niks hebben gedaan. Het zijn notabene kinderen met een zorgbehoefte.”

Maatschappelijk draagvlak
Voor Stichting Expexx werkt Jason als vrijwillige ervaringsdeskundige en is inzetbaar voor opdrachten. Hij spreekt op congressen, met studenten, spreekt over het jeugdbeleid met gemeenten, de politiek en organisaties. En er is campagne gevoerd begin dit jaar die zo’n 134.00 handtekeningen opleverde. Ze zijn ermee naar de staatsecretaris gegaan. “We moeten maatschappelijk draagvlak creëren. Ervaringsdeskundigen hebben een zwakke positie in de geestelijke gezondheidszorg (ggz). We moeten structureel betrokken worden bij organisaties om een slag te maken naar professionaliteit. Hoe krijg je het op de kaart. Als ervaringsdeskundige word je vaak alleen in het begin of aan het einde gevraagd om er iets over te zeggen, maar je wordt niet betrokken.”

“Wij willen dat de gesloten jeugdzorg instellingen worden omgebouwd naar kleinschalige woonvoorzieningen waar maximaal zes personen wonen en waar zorg, aandacht en scholing is om het leven weer op te kunnen pakken. Er verandert nu wel iets, maar niet snel genoeg, alhoewel het al wel iets anders is dan een paar jaar geleden. De motie van Tweede Kamerlid Maarten Hijink om het dit beleid te stoppen is kamerbreed aangenomen. Dat is tof.” Maar Jason is wat cynisch. “We moeten maar zien wat de politiek hier in de praktijk mee gaat doen. De belofte is dat ze nog voor de zomer met een plan komen. De koers is er, maar het is nog onbekend waar het naar toe gaat.”

Paniekaanvallen
Toen Jason uit de inrichting kwam, heeft hij het behoorlijk moeilijk gehad. Zoals hij van de ene op de andere dag werd opgesloten, zo stond hij ook zo weer plotseling weer buiten. “Ik zat in een 24-uurs setting waar alles voor me werd bepaald. Ik moest weer wennen aan de vrijheid. Ik had geen vrienden meer, want daar had je geen contact meer mee, ik ben in een andere wijk komen wonen en de school nam me niet terug. Als je in een gesloten inrichting hebt gezet, werkt dat stigmatiserend. Ik ging naar het speciaal onderwijs, ik had altijd regulier onderwijs en was een vwo-leerling die nooit was blijven zitten. Ik had trauma’s opgelopen, had paniekaanvallen. Ik heb zoiets van ‘Als jullie iets meer je best hadden gedaan, was het goed gekomen met mij’. Ik ben opgegroeid in roerig gezin, maar dat was beter dan een gesloten inrichting. De kans op geweld in een gesloten inrichting is groter dan in een situatie thuis. Er is ook veel te weinig onderzoek over hoe het met kinderen gaat nadat ze in zo’n inrichting hebben gezeten.” Jason worstelt met het feit dat hij zo de samenleving is uitgezet. “Op Facebook zag ik dat kinderen de vlag uit hingen omdat ze geslaagd waren. Die zijn nu bezig met hun master. Ik loop achter.”

Universitaire studie
Naast zijn kruistocht voor een beter jeugdzorgbeleid werkt Jason op een adviesbureau in het sociaal domein. Daarnaast studeert hij psychologie aan de Erasmus Universiteit. Hij wil met zijn studie de jeugdzorg in en een stempel drukken. “Ik wil me optrekken aan mijn universitaire studie. Mijn eigen ervaring is niet relevant. Met standpunten kun je meer onderbouwen dan met ervaring. Ik wil hoogleraar en lector in de jeugdzorg worden om op een andere manier invloed te hebben. Ik heb het gevoel dat ik nu klein gehouden wordt. Mijn wereldbeeld is stuk gegaan in de jeugdzorg. Ik ben pessimistisch over de samenleving. Ik denk ook niet dat jeugdzorg op een punt komt dat ik overbodig ben en eruit stap. De gesloten inrichtingen zijn maar een klein stukje binnen de jeugdzorg, maar wel een extreem stukje dat aandacht verdient. Er zijn momenteel 400.000 kinderen in de jeugdzorg, dan moet je je afvragen hoe je het hebt georganiseerd in de samenleving. Ik wil een stabiele situatie voor kinderen.” Er is veel te vinden over Jason online te vinden, bijvoorbeeld ‘Jason’, een documentaire door de VPRO gemaakt over de periode nadat hij uit de gesloten inrichting kwam en therapie kreeg. Nog te zien nog te zien op Youtube.

Tekst: Titia Hartvelt | Foto: Jurre Rompa
#D71635

2020 : Kurano Bigiman

Docent klassieke talen

Kurano Bigiman, als leraar klassieke talen vond hij het raar dat er in Zuidoost, met bijna 90.000 inwoners, geen gymnasium was. Ruim een jaar geleden werd hem gevraagd om die op te zetten. En dat is hem gelukt: het Ir Lely Lyceum heeft een gymnasium.

‘Het mooie van Grieks en Latijn is dat iedereen op nul begint’

Door: Titia Hartvelt | Foto: Jurre Rompa

Jaren geleden had de politiek in Zuidoost het al over een gymnasium in Zuidoost. De scholengemeenschappen die er waren, de Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB) en Scholengemeenschap Reigersbos (SGR) nu Ir. Lely Lyceum, hadden beiden wel een vwo-afdeling. Daar waar de politiek het nooit over eens werd, hebben directeur van het Ir. Lely Lyceum, Jeroen Rijlaarsdam, en leraar klassieke talen, Kurano Bigiman, het in 2019 opgepakt. Sinds die tijd heeft Zuidoost een gymnasium met een superleuke leraar: Kurano Bigiman. Ze hadden er geen politiek voor nodig.

Kurano is nu zijn tweede schooljaar in gegaan als leraar in Zuidoost. Hij heeft kleine klassen, maar ze worden al groter, dit jaar zitten er 20 leerlingen in de eerste van het gymnasium. Elk jaar loopt het aantal op. “Het was eigenlijk wel te gek dat hier in Zuidoost geen gymnasium was. Daar moest je voor naar de stad en dan ben je per dag anderhalf uur onderweg. Dan moet je het wel echt willen”, zegt Kurano. 

Geen verschil

Hij staat voor de helft van de week op het Vossius Gymnasium in Zuid voor de klas, de andere helft in Zuidoost. “De leerlingen op het Vossius komen veel uit de grachtengordel, Abcoude en Watergraafsmeer. Maar je merkt geen verschil tussen leerlingen van beide scholen, het blijven pubers.“ Zijn werk geeft hem energie en inspiratie, ook al liggen de scholen allebei in verschillende delen van Amsterdam.

Jeroen Rijlaarsdam is een aantal jaren geleden directeur geworden van het toenmalige SGR, die een slechte naam had. Al snel werd er een naamsverandering doorgevoerd, kreeg de school, dat al een tweetalige stroom had, ook een Technasium-afdeling en nu dus ook een gymnasium. Jeroen en Kurano kennen elkaar van het Vossius. Hij wist dat hij met Kurano een leraar aantrok die Zuidoost nodig had. “Ik heb heel wat gesprekken gehad met Jeroen in de Vossius-tijd. Hij heeft me overgehaald om te komen.”

Geen goeie score

Kurano heeft zelf het gymnasium op het Vossius gedaan. “Ik had geen goeie score voor de cito toets in groep acht om naar het gymnasium te gaan. Mijn leraar op de bassischool heeft gezien dat ik een gymnasiast was. En dat heeft hij goed gezien. Ik heb echt respect voor die leraar dat hij dat gezien heeft en ik ben hem er dankbaar voor”, vertelt Kurano. Op het Lely krijgen leerlingen diezelfde kans. “Als ze een dubbel advies krijgen, havo of vwo, dan adviseren wij altijd om vwo te doen in welke vorm dan ook. Dan heb je in ieder geval de kans gehad.” 

Het was voor de docent geen moeilijke keuze om klassieke talen te gaan studeren na het gym. “Ik ben er goed in. Na het eerste jaar ben ik er Europese Studies bij gaan doen met Nieuw Grieks als taal. Daardoor heb ik interesse gekregen voor Griekenland en heb ik een jaartje in Athene gestudeerd.”

Instromen

In het eerste jaar van het gymnasium bij het Lely konden de toenmalige tweede klassers vwo van de school instromen. Er was namelijk nog niet echt een eerste klas. Dit jaar heeft Kurano vijf klassen waar hij Grieks en Latijn geeft.

“Het mooie van Grieks en Latijn is dat iedereen op nul begint. Voor iedereen is het even moeilijk of makkelijk. Het vak is divers, het gaat over cultuur, kennis en taal. In het één kun je uitblinken, terwijl je op een ander deel minder scoort. Zowel op het Vossius als op het Lely zijn er leerlingen die tienen halen en die met veel moeite een 5,5 halen. Het gemiddelde cijfer ligt ergens tussen 6 en 7. Dat is standaard.”

Actualiteit

Op de vraag of hij een leuke leraar is antwoordt hij bescheiden. “Ik link mijn lessen aan de actualiteit. Als we het over despotische keizers hebben dan haal ik er Donald Trump als voorbeeld bij. Ik zie heel veel talent in de groepen die ik heb. De vragen die ze stellen zijn van hoog niveau. Als ik een vraag krijg waar ik even het antwoord niet op weet, kom ik erop terug. Het is leuk om stof te ontdekken samen met leerlingen die in de fase van hun leven zitten waarin je je best moet doen om hun aandacht vast te houden. Ze komen vaak met inzichten die mij altijd weer verrassen. Leuk om met jongeren te werken die bezig zijn mens te worden.” 

Van zijn collega´s krijgt Kurano veel steun. “We willen er allemaal iets van te maken. Ik word ondersteund door een groep collega´s die dit deel van empowerment mee willen maken.” Kurano heeft dan ook geen spijt van zijn beslissing om in Zuidoost te komen lesgeven. “Het bevalt me tot nu toe heel goed. Het Ir. Lely is een open school dat openstaat voor dit soort projecten, leerlingen wil uitdagen door net iets verder te gaan en uit leerlingen te halen wat erin zit.” 

Nominatie

Over de nominatie voor Amsterdammer van het Jaar is hij verrast. “Dat is echt iets dat ik niet had verwacht, maar waar ik wel dankbaar voor ben. Het zijn de leerlingen die mij het gevoel geven het waard te zijn om te doen. Ik draag de nominatie dan ook op aan hen allemaal. Zij hebben eraan bijgedragen hoe ik lesgeef en wat ik doe, dus wat dat betreft is de nominatie ook voor hen.”

2019 : Merel Huizinga

Zangeres

Merel Huizinga werd uitgenodigd om voor de sultan van Oman te komen zingen. Dat was een geweldige ervaring. Ze mocht langer blijven maar ze had een optreden staan in een bejaardentehuis in Amsterdam. ´Ik ben naar huis gegaan, want een artiest zegt nooit zo maar een concert af. Het was kerst. Het verschil was zo groot tussen Oman en het bejaardentehuis waar kersttakken van plastic hingen en mensen eenzaam waren. Ze waren zo blij met de muziek en het zingen. Mede daarom heb ik stichting Philomela opgericht´, vertelt ze. Dat is 12 jaar geleden.

Sinds die tijd verzorgt de stichting niet alleen optredens voor bejaarden, maar hebben ook projecten voor kinderen in achterstandswijken die geen muziekonderwijs op school krijgen, het Zwaluwenkoor waar vluchtelingen samen zingen en verschillende projecten voor bejaarden, zoals het knuffelproject met levende dieren. Merel blijft het programma ontwikkelen om het aanbod te vergroten.

Zelf is ze professioneel zangeres, zingt ze veelal klassieke muziek zoals van Schubert, Mozart, Bizet en veel van Russische componisten. Ze treedt regelmatig op. Stichting Philomela is haar vrijwilligerswerk. ´Daar steek ik ongeveer 2800 uur per jaar in en dan tel ik nog niet eens de tijd mee dat ik voor de stichting optreed. Het is achter de schermen heel veel werk om ongeveer 70 optredens per jaar te organiseren. Het bedenken van alles is veel werk, we schrijven plannen en moeten veel coördineren.´ Dat doet ze vanuit een kleine ruimte in een pand in de Kerkstraat dat ze voor een vriendenprijsje huurt van de kerk.

´We hebben een wachtlijst voor optredens. We krijgen meer aanvragen dan dat we financiën hebben. Een optreden kost namelijk meer dan het ons oplevert. Bewoners betalen een klein bedrag voor het bijwonen van een concert. We worden weliswaar ondersteund door fondsen en krijgen donaties, maar we betalen huur voor de repetitieruimte, ons kantoor en de musici krijgen betaald. We kunnen niet aan hen vragen of ze gratis komen optreden.´

Maar de kosten wegen niet tegen het plezier wat mensen aan muziek hebben tijdens de concerten. ´Professor Erik Scherder is onze ambassadeur. Hij bepleit dat muziek een beter leven geeft en een positief effect op het brein heeft. Dat maken we zelf regelmatig mee. Zo hebben we meegemaakt dat iemand die erom bekend stond dat hij nooit iets zegt, na afloop naar de pianist liep en zei dat hij mooi had gespeeld en vroeg of hij een biertje wilde. Dat was iemand die normaal gesproken wartaal uitkraamde. Ik ben geen wetenschapper en ik geloof het omdat ik het meemaak. Mensen zijn blij na een optreden. Muziek blijft lang doordringen, daar bereik je mensen mee. We doen veel klassieke muziek, want dat heeft meer diepgang. We wisselen het af met bijvoorbeeld Aan de Amsterdamse grachten´, maar dan op een klassieke manier. Veel mensen zijn opgelucht dat we geen smartlappen zingen.

Merel vindt het belangrijk dat ook kinderen in aanraking komen met muziek en heeft daar een project op afgestemd. ´Kinderen in achterstandswijken waar geen muziekonderwijs is op school wordt gegeven, krijgen bij ons als voorbereiding muziekles voor een optreden een bejaardentehuis in de buurt. Kinderen leren iets voorbereiden, samen met professionele artiesten voor jong en oud. Ze doen samen iets en kinderen horen ook bijvoorbeeld ook een pianostuk. Kinderen kunnen ook heel goed emoties uiten door muziek. Ze vinden het stoer en zijn trots dat ze het kunnen en trots.´
Voor leerlingen op de middelbare school is er een Russisch programma met meer kunst. ´We geloven in de kracht van kunst en muziek. We organiseren lessen met een gedichtenwedstrijd. Alle kinderen schrijven een gedicht. Een jury beoordeelt alles en dan wordt de winnaar bekend gemaakt. Ik vind het echt verbazingwekkend wat kinderen durven schrijven over bijvoorbeeld eenzaamheid en zoveel andere onderwerpen´, vertelt Merel.

De opzet van het Zwaluwenkoor is dat vluchtelingen samen met anderen op een volstrekt gelijkwaardige manier samen zingen. ´De dirigent wordt betaald, de mensen zelf hoeven niet te betalen. Vluchtelingen kunnen trouwens vaak mooier zingen dan Nederlanders. Maar ja, het gaat er eigenlijk niet om dat het mooi is, maar dat ze elkaar ontmoeten. ´We willen mensen verbinden´, zegt Merel. ´Muziek is daar een uitgelezen manier voor.´

Tekst: Titia Hartvelt. Beeld: Jurre Rompa
winnaar 2018

Abdelhamid Idrissi

Oprichter Studiezalen

In eerste instantie was Idrissi verrast door zijn nominatie voor Amsterdammer van het Jaar. Inmiddels is hij vooral trots en dankbaar. ‘Deze nominatie geeft mij nog meer motivatie en kracht om jongeren te helpen.’

Idrissi (29) groeide op in Nieuw-West in een arm gezin waar studeren niet vanzelfsprekend was. ‘Ik kreeg van mijn ouders veel liefde en aandacht, dat was voor mij voldoende om vol zelfvertrouwen keihard te werken en nooit op te geven.’ Op die manier rondde hij de studie tot bouwkundig ingenieur succesvol af.

Maar zijn hart ging uit naar het helpen van kinderen. ‘Veel kinderen in kwetsbare wijken krijgen niet de liefde en aandacht, die ik wel kreeg.’ In 2010 besloot de jonge Amsterdammer zijn hart te volgen en richtte hij de Stichting Studiezalen op.

Een Studiezaal is een plek waar jongeren uit het primair en voortgezet onderwijs terecht kunnen om in alle rust te kunnen studeren. ‘Het geeft de jeugd de veiligheid, rust en gezelligheid om gemotiveerd te werken aan persoonlijke doelen.’

Bij alles staat het vergroten van kennis en zelfvertrouwen voorop. ‘Naast het leren, bleek hulp bij bijvoorbeeld pesten en werken aan zelfvertrouwen soms belangrijker.’

Op dit moment zijn er 24 studiezalen in Noord en Nieuw-West. Hier komen elke week zo’n 600 kinderen. Voor Idrissi is 2018 het jaar geweest waarin zijn stichting gezien werd. ‘Door de overheid maar ook door Shell (hij neemt deel aan het Shell Scholarship Programme, red.) en natuurlijk door deze nominatie.’

Idrissi heeft de kans gekregen om van zijn passie zijn werk te maken. ’Om jongeren met dezelfde achtergrond als ik te helpen. Dat is de boodschap die ik iedereen wil meegeven, met name de jeugd; als ik het kan, kan jij het ook. Geef nooit op en geloof in jezelf.’

Fotografie: woutervanderwolk.com

winnaar 2017

Frank Westerop

Wijkagent

Door de week is hij de wijkagent in stadsdeel Oost en op zondag hangt hij de clown uit voor zieke kinderen in de Vu. Het lijkt een rare combinatie, maar Frank Westerop heeft ondervonden dat beide beroepen wel degelijk raakvlakken hebben. 15 jaar geleden zag Westerop op de televisie een reclame van de Cliniclowns voorbij komen. ‘Ze vroegen er clowns om het team te versterken. Ik schoot vol bij het zien van de beelden. Ik dacht; dat wil ik ook’, vertelt Westerop. ‘Ik heb ze gebeld, maar het bleek om een echte baan te gaan met een clownsopleiding.’

Aangezien Westerop zelf een baan had bij de Amsterdamse politie, die hij veel te leuk vond om op te geven, had hij eerst zoiets van ‘jammer dan’. Het idee om clown te worden liet hem niet los en hij ging naar een heuse clownsschool. ‘Er ging een wereld voor mij open. Ik wist niet dat je voor clown kon leren, maar het is echt zo. ‘

Zijn eerste kennismaking met de opleiding was tijdens een introductiedag op een van die scholen. ‘Op die dag kon je met attributen spelen en kennis maken met het vak. Er lag bijvoorbeeld een dienblad met clownsneuzen. Gewoon spelen en kennis maken. Aan het einde van de dag was ik nog steeds enthousiast.’ Een clown was geboren.

Westerop heeft uiteindelijk 4 jaar meerdere opleidingen gedaan. ‘Ik ben nu gediplomeerd clown’, lacht hij. ‘Ik ben door barrières gegaan. De lessen gingen over beleven, improviseren, spiegelen en dat is best eng. In het politieleven is alles gestructureerd, als clown ben je dat veel minder. De werelden lijken heel verschillend, maar zowel als clown als wijkagent gaat het er om dat je je inleeft in mensen. Empathie voor mensen maakt eigenlijk altijd verschil. Er wordt ook altijd verbaasd gereageerd dat ik twee zo verschillende ‘beroepen’ heb.’

Inmiddels is Westerop al 10 jaar elke zondagmiddag Clown Powie in de Kinderstad van het Vu-ziekenhuis. Dt doet hij vrijwillig. ‘Ik doe geen voorstelling of trucjes. Ik improviseer veel. De kinderen moeten er zin in hebben en dat zie je al wanneer je probeert contact met ze te maken. Het gaat er om dat je grappig bent en niet dat je grappig doet. Het gaat niet om mij, maar om waar kinderen behoefte aan hebben.’

Wie op zondag wil afspreken met Westerop heeft pech. Dan stapt hij op zijn fiets met zijn tasje met clownsspullen naar de Vu. ‘Als ik er dan klaar voor ben, ga ik de ruimte in en ben ik één van de bezoekers. Je doet je clownsneus op en dan gebeurt er wat. Ik ga om met wat er aan kinderen is en probeer in de beleving van de ander te komen door te luisteren naar wat er speelt. Ik heb geen kant en klare voorstelling, maar speel in op de wens van de kinderen. Als ze de hele middag liedjes willen zingen, dan doen we dat.’

De meeste kinderen zijn lekker aan het spelen als Clown Powie binnenkomt, maar soms zijn er kinderen die nog in bed moeten blijven. ‘Hoe maak ik contact met dat kindje, dat is altijd de vraag.’ Hij weet zich nog te herinneren dat er een jongetje in bed echt plezier beleefde aan zijn optreden. ‘De moeder van het jongetje stond aan het voeteneind en zei een beetje gedachteloos tegen haar zoontje ‘ik heb je de hele dag nog niet zien lachen en nu al de hele tijd. Wat fijn.’ Dan schiet ik bijna vol op zo’n moment.’

Inmiddels weet Amsterdam Powie te vinden. Door de jaren heen is hij ook gevraagd om de kinderen te vermaken bij onder andere Kinderbeestfeest in Artis, Prachtnacht in het Rijksmuseum en zo meer. Powie heeft voor kindsoldaatjes in Uganda en in weeshuizen in Peru opgetreden.

Westerop kan zich nog nauwelijks een leven zonder Clown Powie voorstellen. ‘Als Kinderstad ooit zou stoppen ga ik op zoek naar een ander ziekenhuis.’

winnaar 2016

Toon Borst

Muntenman

Bijna niemand zegt de naam Toon Borst iets. Wel als je het hebt over de Muntenman, want die kent bijna iedereen, tot ver over de stadsgrens. Sinds de invoering van de euro in 2001 zamelt de Muntenman het ‘oude’ onbruikbare geld in. Het begon met alleen het Europese geld dat nutteloos zou worden met de komst van de euro. Vooral kinderboerderij ’t Brinkie in Zuidoost, waar hij zelf mee verbonden is, had er toen voordeel van.

Nu, vijftien jaar later, is de actie flink gegroeid. Nooit had Ton gedacht dat Brinkie’s Muntenactie zou uitgroeien over zoveel jaar met zoveel verschillend geld en acties waarvoor hij het zou doen. Het geld dat de stichting krijgt komt uit van landen uit de hele wereld en komt via verschillende kanalen binnen. Veel ervan ‘vereurotiseerd’ hij, een woord dat hij zelf heeft verzonnen en het wisselen van geld in euro’s wordt bedoeld.

Donatie
Niet alleen ’t Brinkie profiteert ervan. Intussen kunnen alle kinderboerderijen in Amsterdam rekenen op een jaarlijkse donatie. Ook projecten in het buitenland zoals in India, voor meervoudige gehandicapte kinderen, een school in Ghana die kon uitbreiden dankzij de Toonbank, en vluchtelingen in de Amsterdam krijgen geld. Wanneer er zich ergens op de wereld een ramp voltrekt, wordt Giro 555 ook nog eens gesponsord. De thermometer qua inkomsten staat na vijftien jaar op een kleine vier ton aan euro’s.

Met zijn onafscheidelijke bakfiets staat de Muntenman elke maandag op de Noordermarkt, voor het goede doel in te zamelen. Ook tijdens Amsterdamse festiviteiten is hij te vinden. Verder staan er door de hele stad mooie beschilderde authentieke melkbussen bij filialen van Albert Heijn, Eko Plaza en vele kleine ondernemers opgesteld. ‘Die beschildert mijn maatje Bert Bronkhorst allemaal’, vertelt Toon. ‘Dat zijn er nu al zo’n 75.’ Elke drie maanden fietst hij langs alle bussen in Amsterdam en omgeving om ze te legen. Omliggende gemeenten zoals Duivendrecht, Weesp, Diemen, Amstelveen en Ouderkerk aan de Amstel doen ook mee.

toon-borstklein

Inwisselen
‘Bert en ik hebben het er wel eens over hoe lang we dit nog volhouden. In ieder geval tot 31 december 2031, want tot die tijd kun je nog gulden biljetten bij de Nederlandse Bank. Dus dat is nog vijftien jaar. Dan is Bert 100 en ik 90’, lacht Toon. ‘Terugkijkend is het alsof ik er na vijftien jaar niet ouder op ben geworden. Ik ben nog steeds gemotiveerd om dit te doen, ik zal geen eelt krijgen. Mensen zijn zo hartelijk, sommigen komen met een tas vol oude munten aan die ze nog ergens hebben of gevonden op een zolder van iemand die is overleden. Vervolgens zijn de ontvangers van de goede giften zo dankbaar. Daar krijg je vleugels van.’

Vakantie
Op zijn kruistocht door de stad vraagt hij mensen vooral in kasten, laatjes, jaszakken te kijken naar oud geld. Door de jaren heen ontvangt hij niet alleen oude munten en biljetten van Europese landen, maar ook van ver daarbuiten. In zijn zogenaamde Toonbank staan tientallen blikjes waar ooit Rinse appelstroop in heeft gezeten gevuld met geld van landen uit de hele wereld, nog bruikbaar of onbruikbaar als betaalmiddel. Het grote netwerk van Toon zorgt er voor dat het op verschillende manieren wordt uitgezet, want de Nederlandse Bank neemt niet alles meer in. ‘Als mensen op vakantie gaan, komen ze bij mij hun geld wisselen. En ik ben goedkoper dan de reguliere bank.’ Ook bij terugkomst weten ze waar ze het geld dat ze over hebben te lozen bij Brinkie’s Puntenactie.

Theologie
Het goede van Toon zit hem in zijn inborst. Als jongetje uit Groenendijk Hazerswoude vertrok hij op jeugdige leeftijd naar het klooster in Geleen. Daar trad hij ook weer uit maar toch koos Toon voor een studie theologie. Daarvoor kwam hij in Amsterdam terecht waar hij in Slotervaart kennis maakte met jeugdwerk. In 1974 werd hij buurtwerker, later opbouwwerker, in de EG-buurt van de Bijlmermeer en later in Gaasperdam. Daar heeft hij gewerkt tot zijn pensioen. Hij deed altijd veel vrijwilligerswerk voor kinderboerderij ‘t Brinkie die hij samen met anderen heeft opgericht en altijd aan degenen die het minder goed hebben.

Toon Borst is één van de tien genomineerden voor de Amsterdammer van het jaar, maar toen hij het hoorde bleef zijn reactie: ‘Dat is goed van de naamsbekendheid van de Muntenactie.’ En daarna: ‘Ik doe het niet alleen, maar samen met Bert.’

Tekst: Titia Hartvelt van Stadsblad De Echo
Fotografie: Hans Mooren

Winnaar 2015

Nasir Higazi helpt vluchtelingen

VRIJWILLIGER BIJ DAKLOZEN-EN VLUCHTELINGENOPVANG

Nasir Higazi vluchtte 28 jaar geleden uit Iran, toen zijn land in oorlog was met Irak. Toen hij naar Nederland kwam werd liefdevol opgevangen en hij uit zijn dankbaarheid daarvoor nog dagelijks met zijn werk voor daklozen en vluchtelingen die langskomen in De Regenboog, op een steenworp afstand van het Centraal Station. Nasir is daar zeven dagen per week, 12 uur per dag. Dagelijks komen er vluchtelingen aan die op doorreis zijn naar Ter Apel. Hij vangt ze op, geeft ze te eten, maakt een bed voor ze op en voorziet ze zo nodig van een warme jas. Hij spreekt negen talen, dus fungeert ook regelmatig als tolk. Met zijn rust, vriendelijkheid en onverstoorbare optreden precies wat je nodig bent als je je weg zoekt in een nieuwe en vreemde omgeving. Een vaderfiguur. Daarnaast kookt hij voor Amsterdamse daklozen, repareert alles wat stuk is en houdt de voorraden op peil.

www.deregenboog.org

WINNAAR 2014

Iris Kuethe bezorgt zieke kinderen een fijne dag

DRIJVENDE KRACHT ACHTER HET KINDERBEESTFEEST IN ARTIS

Kuethe is al vijftien jaar de drijvende kracht achter het KinderBeestFeest in Artis, de jaarlijkse avond voor 1.500 chronisch zieke en gehandicapte kinderen en hun familie, die traditioneel met loeiende sirenes naar het park worden gereden.
Al 25 jaar is Kuethe dierenverzorger in Artis, maar de maandenlange voorbereiding van het KinderBeestFeest doet zij in haar vrije tijd. En die organisatie is door de jaren heen gigantisch geworden: 1.700 vrijwilligers (bestuursleden, coördinatoren, dierenverzorgers, hulpverleners) en 400 voertuigen.

Onbezorgde avond

Het is Kuethe allemaal te doen de kinderen en hun familie een onbezorgde avond te bezorgen. Kuethe: ‘De mooiste reactie die ik ooit kreeg was van een ouder: “Op een avond als deze kan ons kind even die ziekte vergeten. En wij ook”.’

Kuethe won de verkiezing met 1,5 procent voorsprong op Darifa Benhadhoum en Nora Aamour, ‘De Engelen van West’.

kinderbeestfeest.nl

WINNAAR 2013

Marco de Souza laat kinderen musiceren

Oprichter van het Leerorkest

Muziek hoort op school net zo thuis als rekenen en schrijven, ook op een school in een achterstandswijk, en ook klassieke muziek, juist klassieke muziek. Dat vindt Marco de Souza (São José do Rio Pardo, 1964), directeur van Muziekcentrum Zuidoost en initiator van het Leerorkest.

Daar krijgen leerlingen van de basisschool les in klassieke muziek en vormen ze samen een symfonieorkest. Ze krijgen les van professionele muziekdocenten en treden uiteindelijk op met leden van het Nederlands Philharmonisch Orkest. Ook mooi: de instrumenten mogen mee naar huis. De kinderen krijgen er zelfvertrouwen van, en daar is het De Souza allemaal om te doen.

Het Leerorkest is nu uitgegroeid tot een landelijk dekkend netwerk van ruim honderd projecten en het instrumentarium groeide mee. Een inzamelingsactie leverde afgelopen jaar meer dan tweeduizend verweesde instrumenten op. Daar was een depot voor nodig; vorige maand werd dat geopend in Oost, met tientallen vrijwilligers om de violen en trompetten op te knappen. De Souza droomt van een depot in elke provincie.

WINNAAR 2012

Mark van Zandwijk helpt terminaal zieken

coördinator van de Wensen-ambulance

Mark van Zandwijk (Tiel, 1974) is coördinator van de Wensen-ambulance, die de laatste wens mogelijk maakt van terminaal zieken. Nog één keer naar het strand bijvoorbeeld, of het huwelijk bijwonen van een kind, of de crematie van een dierbare. Of naar Ajax.

Van Zandwijk, ambulanceverpleegkundige van beroep, maakt dat mogelijk, in zijn vrije tijd, samen met nog honderdtwintig ambulancechauffeurs en verpleegkundigen.

Hij hoopte dat de Wensenambulance door zijn verkiezing tot Amsterdammer van het Jaar meer naamsbekendheid zou krijgen. Dat jaar waren 25 wensen vervuld en dat mocht best het dubbele worden.

“Dat is niet gebeurd, het aantal wensen per jaar is ongeveer gelijk gebleven, zo rond de dertig,” zegt Van Zandwijk, die de Wensenambulance nog altijd coördineert.

WINNAAR 2011

Mohamed Taha El Idrissi redde twee mensen

REDDE EEN MAN EN EEN VROUW VAN VERDRINKING IN OSDORP

Terwijl anderen toekeken, sprong El Idrissi van de brug in het water en dat terwijl zijn longen door bronchitis en roken nog maar voor de helft functioneren. Ook hij moest in het ziekenhuis aan de beademing, maar omdat hij destijds niet verzekerd was, bleef hij zitten met een rekening van 270 euro.

Vooral die rekening maakte veel los in Amsterdam. Een Parool-lezer maakte het hele bedrag aan El Idrissi over en een andere startte een Facebook-pagina, Zorg dat Mohamed zijn dokterkosten terugkrijgt. Binnen enkele dagen was het bedrag met spontane giften bij elkaar verzameld. Dat El Edrissi twee maal 270 euro gestort kreeg, kwam goed uit. Omdat hij en zijn moeder de rekening niet konden betalen, was daar inmiddels een boete van honderd euro bovenop gekomen.

WINNAAR 2010

Quirijn Bolle biedt de stad eerlijk eten

OPRICHTER SUPERMARKTKETEN MARQT

Bankierszoon Quirijn Bolle (1975, Wassenaar) is de bedenker van het concept Marqt: winkelen tot een wandeling-over-de-marktervaring maken. De producten zijn duurzaam bereid en vaak biologisch.

In 2008 opent de eerste winkel op de Overtoom. Inmiddels zijn dat er acht in Amsterdam en nog vier in de rest van het land.
Begin 2012 legde Bolle plotseling zijn directeurschap neer; hij was oververmoeid en deed een stapje terug. Bolle bemoeit zich niet meer met de dagelijkse leiding van Marqt, maar blijft actief, als voorzitter van de raad van commissarissen en met creatieve strategische zaken als marketing.

Het gaat goed met Marqt, zegt Bolle. “Komend jaar komen er weer drie of vier vestigingen in Amsterdam bij.”

WINNAAR 2009

Wilfred van Oijen verloste patiënten uit hun lijden

BOOD MEER DAN DERTIG JAAR ZWAAR ZIEKE PATIËNTEN EUTHANASIE

Dertig jaar stond huisarts Wilfred van Oijen (1965) zieke patiënten bij die euthanasie wensten. En hij deed dat naar eer en geweten: hij voerde niet de dosis morfine op om een natuurlijke dood te kunnen noteren, hij schreef op wat het was: euthanasie. Met alle gevolgen van dien.

In 1994 kwam een documentaire uit over zijn werk als stervensbegeleider. Van Oijen werd wereldnieuws, Doctor Death werd hij genoemd. Toen hij drie jaar later een vrouw bijstond bij haar overlijden, werd hij veroordeeld tot moord omdat hij volgens de rechter niet de juiste procedure had gevolgd. Hij kreeg een symbolische straf van een week voorwaardelijk, maar Van Oijen was tot in het diepst van zijn ziel geraakt.

Zijn bekroning tot Amsterdammer van het Jaar zag hij als een rehabilitatie. Van Oijen: “Dat was voor mij een publieksprijs van Amsterdammers. Ik koester dat nog altijd.” Dat was ook precies de bedoeling.

Van Oijen is inmiddels gepensioneerd. Hij vult zijn dagen met zijn kleinkinderen en werken in de tuin. Maar knagen blijft het.

WINNAARS 2008

Ray Flu en Ron Sitek, ambulancebroeders

KWAMEN OP VOOR HULPVERLENERS DIE BEDREIGD WORDEN

2008 was geen rimpelloos jaar voor de hulpverleners in de stad. Iets te vaak kwam in het nieuws hoe ze werden gehinderd in hun werk. Zo ook de ambulancebroeders Ron Sitek (Amsterdam, 1956) en Ray Flu (Paramaribo, 1964). Ze werden in West door een jongen met de dood bedreigd, terwijl ze probeerden diens neergestoken broertje te helpen.

Het incident veroorzaakte commotie in het hele land en leidde tot een staking van ambulancepersoneel. De toenmalige burgemeester Job Cohen noemde het een absolute schande en Sitek en Flu werden, als symbool voor alle hulpverleners waar iedereen met zijn vingers af moet blijven, uitgeroepen tot Amsterdammers van het Jaar.

De naam Sitek kwam een jaar later weer in het nieuws, ook als symbool voor een almaar agressiever wordende samenleving. De broer van Ron, Rob, overleed nadat hij op het Leidseplein in elkaar was geslagen door een kickbokser/taxichauffeur.

Het duo werkt nog altijd op de ambulance, en met veel plezier. Sitek: “Het blijft de mooiste baan van de hele wereld.”

WINNAAR 2007

Dennis laat gehandicapte jongeren sporten

OPRICHTER SPORTCLUB ONLY FRIENDS

Dennis Gebbink (Amsterdam, 1966) kreeg een wereldprimeur voor elkaar. Hij was de grote inspirator achter de bouw van een gigantisch sport- en spelcomplex voor gehandicapte en chronisch zieke kinderen in Noord.

Op zijn beurt werd hij weer geïnspireerd door zijn eigen zoon, Myron. Door zijn aangeboren motorische handicap vond Myron geen aansluiting bij een gewone voetbalclub. Gebbink zette in 2000 onder de naam Only Friends een club op met acht jongetjes; vijf jaar later begon de KNVB een competitie met twee poules van zeven teams van gehandicapten.

De droom van Gebbink reikte verder. In samenwerking met de gemeente en het Ronald McDonald Kinderfonds ging in oktober 2007 in Amsterdam-Noord de eerste paal de grond in van het Ronald McDonald Centre Only Friends.

WINNAAR 2006

Saïd Bensellam zet zich in voor kansarme jongeren

PARTNER VOOR STRAATSCHOFFIES EN POLITIE

Saïd Bensellam (Tetouan, 1971) was zelf een jongen van de straat, en geen makkelijke. Juist daarom zette hij zich, eenmaal volwassen, in voor jongeren in Bos en Lommer.

Voor de jongeren op straat is hij de grote broer, voor politie en politiek een betrouwbare partner, op de arbeidsmarkt voor kansarmen is hij een spil, en voor zieke kinderen in Marokko en Suriname een weldoener. Want met zijn stichting Karam (Marokkaans voor gift) zamelt Bensellam afgedankte rolstoelen, ziekenhuisbedden, rollators, kleding, schoolspullen, speelgoed en pc’s in, die hij zelf met een busje in Marokko aflevert, of per container naar Suriname stuurt.

Op dit moment behoort hij nog altijd tot het cement van Bos en Lommer. Criminoloog Frank van Gemert volgde Bensellam zelf twee jaar om een boek over hem te schrijven. In februari komt dat boek uit, Straat krediet genaamd, met een voorwoord van Lodewijk Asscher.

WINNAAR 2005

Regina Mac-Nack voedde de armen

OPRICHTER VOEDSELBANK IN ZUIDOOST

Ze wordt de Moeder van Zuidoost genoemd, en ook wel de Parel van Zuidoost, en anders gewoon de Engel. Regina Mac-Nack (Willemstad, 1961) was de oprichter en coördinator van de Voedselbank in de K-buurt in Zuidoost. Gezinnen zonder geld krijgen elke week een gratis voedselpakket, junks en daklozen kregen een warme maaltijd en kleding. Mac-Nack had vier boekjes met telefoonnummers van bedrijven en particulieren die haar hielpen met geld, voedsel en kleding. Hosselen noemde ze dat zelf, in naam van God.

Later raakte ze in conflict met de Voedselbank Amsterdam (VBA), de gesubsidieerde ‘concurrent’. Die hield zich strikt aan de landelijke regels waaraan mensen moeten voldoen om een voedselpakket te krijgen, en Mac-Nack was veel soepeler. Daarop nam de VBA de verstrekking van pakketten in Zuidoost over en de Voedselbank van Mac-Nack kwam in de marge terecht.

Dit jaar opende Mac-Nack in buurthuis Holendrecht een No Budgetrestaurant. Twee keer per maand kunnen gezinnen met weinig of geen geld er terecht voor een gratis driegangenmaal.